direct naar inhoud van 5.3 Archeologie
Plan: Binnenhaven en De Ossenboer
Status: concept
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.BP00034-0002

5.3 Archeologie

Het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Het Verdrag van Valetta) is in 1992 ondertekend. Het verdrag is geïmplementeerd via een wijziging van de Monumentenwet (Wet op de archeologische monumentenzorg), die op 1 september 2007 in werking is getreden.

Doelstelling is om zo veel mogelijk bodemschatten in de bodem te behouden, om zo aantasting van het bodemarchief te voorkomen. Verder wordt bevorderd dat in een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke ordening rekening wordt gehouden met archeologische waarden. Uitgangspunt is tevens dat bodemverstoorders archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen betalen.

De Wet op de archeologische monumentenzorg legt de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed bij gemeenten en bepaalt dat archeologie voortaan binnen het instrumentarium van de ruimtelijke ordening dient te worden meegewogen. De kern van de nieuwe wetgeving is als volgt:

  • het Rijk blijft verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen ingevolge de Monumentenwet 1988 en dus voor de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten;
  • de provincie kan archeologische attentiegebieden aanwijzen die moeten worden opgenomen in een bestemmingsplan van een gemeente en kan verplichtingen opleggen bij ontgrondingen;
  • het inbedden van archeologie in ruimtelijke plannen;
  • het behouden en beschermen van waardevolle archeologie in de bodem;
  • verplicht archeologisch onderzoek bij bodemverstoring;
  • de bodemverstoorder betaalt de kosten van archeologisch onderzoek.

De gemeente heeft ten aanzien van het omgaan met archeologie een substanti├źle inhoudelijke beleidsruimte om belangenafwegingen te maken. De uitvoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg draagt bij aan de kennis van het ontstaan van de stad en samen met de monumenten, landschapshistorie en bouwhistorie, aan de kwaliteit van de ruimte en de identiteit en het imago van de gemeente Enschede.

Archeologie en het plangebied

Uit de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Enschede blijkt dat het plangebied is gelegen in zowel onderzoeksgebied A als B. Het gebied dat in onderzoeksgebied A ligt, betreft het te dempen gebied aan de Ir. Schiffstraat. De Nieuwe Industriehaven is aangelegd tussen de jaren '30 en '50 van de vorige eeuw. De archeologische waarden die hier mogelijk in de grond gezeten hebben, zijn daarmee verloren gegaan. Dit geldt ook voor het gebied waar de aanleg van laad- en loskades mogelijk wordt gemaakt.

De Ossenboer is gelegen in archeologisch onderzoeksgebied B. De bodem van het grootste deel van De Ossenboer dat deel uitmaakt van het plangebied is gesaneerd. Dit geldt niet voor de percelen die bebouwd zijn of zijn geweest in het verleden. Geconcludeerd wordt dat de bodem in dit gebied verstoord is door de bodemsanering en (eerdere) aanwezigheid van bebouwing.

Conclusie

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek in het plangebied "Binnenhaven en De Ossenboer is daarmee niet noodzakelijk.