direct naar inhoud van 4.1 Stedenbouwkundige opzet van het plan
Plan: Binnenhaven en De Ossenboer
Status: concept
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.BP00034-0002

4.1 Stedenbouwkundige opzet van het plan

Nader ingaan op de toekomstige ruimtelijke hoofdopzet (o.a. programma van eisen, stedenbouwkundige structuur, ontsluiting , parkeren, groen, water) van het plangebied, de vormgeving en inrichting van de (openbare) ruimte. Eventuele uitwerking van het stedenbouwkundig plan tot verkavelingsplan op perceelsniveau.

4.1.1 De Ossenboer

Een van de doelstellingen voor het havengebied is intensivering van het grondgebruik en aantal arbeidsplaatsen per hectare. Aan het westelijk deel van De Ossenboer vertaalt zich dat in de keuze om de strook grond, die in gemeentelijk eigendom is (uitgezonderd de gemeentewerf), uit te geven aan gegadigde bedrijven. Deze strook wordt in principe verkaveld in percelen van ca. 40 tot 50 meter breed (afhankelijk van de behoefte van bedrijven) en circa 95 tot 100 meter diep. De ontsluiting van de kavels wordt gericht op De Ossenboer.

In 2006 is gekozen voor maximalisatie van de hoeveelheid uitgeefbare grond door de westelijke openbare groenstrook bij de uit te geven percelen te voegen. Inmiddels zijn de bomen, die op deze strook stonden, gekapt. Ter compensatie van deze bomen zal elders in het havengebied vervangend groen worden gerealiseerd ter versterking van de hoofdgroenstructuur. De groep grote oude eiken op de westelijke hoek van De Ossenboer en de Schifftstraat blijft wel behouden als restant van het oude landschap en onderdeel van de begeleidende groenstructuur langs De Hoeveler en Ir. Schiffstraat.

De presentatie van de nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen aan de Ossenboer moet de ruimtelijke kwaliteit in het gebied vergroten, zonder dat het functionele aspect uit het oog wordt verloren. Met minimale middelen wordt getracht een zekere uniformiteit en rust in de verkaveling en bebouwing aan de westelijke strook te bereiken. Het belangrijkste middel hiervoor is om de bebouwing tussen de noordelijke en zuidelijke hoekkavel in de strook tot maximaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn te realiseren. Het private voorterrein behoudt een open karakter. Op die private voorruimtes kan het (bezoekers)parkeren plaastsvinden en zijn de entree’s naar de bedrijven gesitueerd. Ruimtelijk ontstaat daardoor een soortgelijk beeld als aan de oostzijde van de straat, zij het dat het parkeren daar noodgedwongen op openbare grond wordt opgelost.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00034-0002_0014.jpg"

Afbeelding 13: impressie inrichting bedrijfskavels (incl. parkeren op eigen terrein) en openbaar gebied

Met de keuze om de westelijke groenstrook op te offeren, wordt ook het profiel en de inrichting van de openbare ruimte aangepast. De nieuwe indeling van de openbare ruimte wordt van west naar oost als volgt: 3,00 meter verharde en verhoogde strook met daarin een haagbeplanting (zie afbeelding 13). Deze berm wordt geheel opnieuw ingericht en voorzien van zoveel als mogelijk haakse parkeervakken die direct vanaf de rijbaan bereikbaar zijn. De vakken zijn dieper dan normaal om voldoende uitrijruimte beschikbaar te hebben, wanneer aan de overzijde vrachtauto’s op de rijbaan stilstaan voor laden en/of lossen. Deze parkeervakken worden omgeven door een zelfde groene haagbeplanting als aan de westzijde, zodat het groene beeld door het hele jaar heen zoveel mogelijk domineert. Bij de inritten worden de hagen fysiek beschermd tegen kapotrijden door (zwaar) verkeer. Inritten naar percelen zullen voldoende breed worden aangelegd zodat indraaien met vrachtauto’s goed mogelijk is.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00034-0002_0015.jpg"

Afbeelding 14: impressie straatbeeld

Het parkeren voor personeel en bezoekers ten behoeve van alle westelijk kavels (inclusief de bestaande en te handhaven bedrijven) zal geheel op eigen terrein opgelost moeten worden. Voor de gemeentewerf en het naastgelegen bedrijf moet dat op te lossen zijn in de extra ruimte die vrijkomt na het vervallen van de westelijke groenstrook.

4.1.2 Binnenhaven

De Binnenhaven bestaat uit twee insteekhavens, die geschikt zijn voor klasse IV schepen (circa 1.350 ton laadvermogen) met een maximale diepgang van 2,60 meter. De gemeente is eigenaar van de kades en oevers aan de Binnenhaven. Zes bedrijven aan de Binnenhaven en een bedrijf van bedrijventerrein de Marssteden maken in meer of mindere mate actief gebruik van de kades (peildatum: februari 2013). Daarnaast hebben diverse bedrijven en verenigingen (zeilen, roeien en hengelsport) belang bij de Binnenhaven.

In het kader van de herstructurering van de Binnenhaven zijn de volgende projecten gepland:

  • Baggeren van de binnenhaven en kade- en oeverherstel;
  • Aanleg van laad- en loskades;
  • Verbeteren van de openbare ruimte;
  • Aankoop van percelen en investeringen in schuifruimte;
  • Ontwikkelen van bedrijfsgronden.

Ondernemers in de Binnenhaven hebben aangegeven dat ze voor aan- en afvoer van hun goederen meer gebruik willen maken van de binnenvaart. Het aanleggen van nieuwe kades is noodzakelijk om dit te kunnen realiseren. Onderstaande tabel laat zien dat de overslag na een dip in 2011 in 2012 weer is toegenomen. De verwachting voor de langere termijn is dat de groei van de overslag en het aantal schepen verder zal toenemen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00034-0002_0016.jpg"

De maximale breedte van de aan te leggen kades varieert. In de Nieuwe Industriehaven worden de kades maximaal 8,8 tot 9,4 meter breed. In de Industriehaven varieert de breedte van 12, 8 tot 17,9 meter. De kades blijven in eigendom van de gemeente Enschede en zullen via een pachtconstructie worden uitgegeven. Bebouwing van de kades is niet toegestaan, deze gronden mogen alleen worden gebruikt voor opslag, overslag en het laden en lossen van goederen.

4.1.3 Ir. Schiffstraat

Bij de aanleg van het Havengebied in de jaren '30 van de vorige eeuw is rekening gehouden met het idee om een derde havenarm aan te leggen en deze door te trekken naar Duitsland. Dit plan is nooit tot uitvoering gebracht en is door de ontwikkeling van de stad niet meer haalbaar.

In de overgebleven driehoek lag een aantal ligplaatsen voor woonboten en is nu ingericht als aanlegsteiger voor recreatievaartuigen.

De ontwikkeling tot bedrijfsgrond van dit deel van het plangebied past binnen de gedachte om locaties op bestaande bedrijventerreinen eerst te benutten voordat uitbreidingsmogelijkheden buiten bestaand gebied worden onderzocht. Zodra de locatie is gedempt, moet de bebouwing aansluiten op de bestaande bouwmogelijkheden in de directe omgeving.