direct naar inhoud van 5.4 Ecologie
Plan: Het Lang Noord
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20110608-0003

5.4 Ecologie

Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwet- en regelgeving. Momenteel genieten zowel een groot deel van de flora en fauna zelf als de leefgebieden van diverse soorten wettelijke bescherming. Die bescherming vloeit voort uit zowel Europese als nationale regelgeving. Zo richt de EG-Habitatrichtlijn zich expliciet op de bescherming van de habitat (leefgebied) van wilde planten en dieren en beschermt de EG-Vogelrichtlijn op soortgelijke wijze broed- en trekvogels. In het kader van deze richtlijnen heeft Nederland zogenaamde speciale beschermingszones ('Natura 2000'-gebieden) aangewezen, welke zijn geïncorporeerd in de Natuurbeschermingswet 1998. In dit kader is de volgende natuurwet- en regelgeving van belang:

  • Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming);
  • Flora- en Faunawet (soortenbescherming);
  • Nota Ruimte, in streekplannen/structuurvisies uitgewerkt voor de bescherming van de ecologische hoofdstructuur (EHS), ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied.

De beschermingsregimes hebben tot doel de natuurwaarden in de betreffende gebieden veilig te stellen. In sommige situaties dienen ook ruimtelijke ingrepen buiten de begrenzing van deze gebieden te worden getoetst op mogelijke schadelijke uitstralende effecten, dit wordt ook wel “externe werking” genoemd.

Ecologie en het plangebied "Het Lang Noord”

Het plangebied is niet gelegen binnen een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of beschermd natuurmonument of in de directe omgeving daarvan. In het plangebied en de ruimere omgeving daarvan, gelegen in het sterk verstedelijkte gebied, is geen sprake van specifieke soortenrijkdom. Het bestemmingsplan “Het Lang Noord” beoogt de aanleg van 78 parkeerplaatsen mogelijk te maken. Ten behoeve van de parkeerplaatsen worden tien bomen gekapt op diverse plekken in het plangebied. In het kader hiervan is de locatie onderzocht op de aanwezige beschermde soorten uitgevoerd.

Alleen op de locatie van de Berghuizenbrink zou eventueel een knelpunt ten aanzien van de Flora- en faunawet kunnen worden verwacht. Mogelijk vormen de te kappen bomen aan de Berghuizenbrink een oriëntatiepunt voor de gewone dwergvleermuis, die strikt beschermd is. Om eventuele verstoring van de gewone dwergvleermuis te voorkomen, dienen de bomen na 1 november gekapt te worden en voor 1 maart op de aangegeven locaties vergelijkbare bomen met een forse diameter herplant te worden. Gedurende deze periode zijn de vleermuizen namelijk in winterrust en maken ze geen gebruik van de vliegroute.

Naar aanleiding van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor beschermde soorten in het plangebied heeft. Vanuit het oogpunt van ecologie zijn er derhalve geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.