direct naar inhoud van 4.2 Welstand
Plan: Josink Es, herziening 3
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20103048-0003

4.2 Welstand

In de Welstandsnota 'Bouwen aan identiteit' is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. In deze nota is voor de onderhavige locatie een beeldkwaliteitsplan opgenomen, te weten het Beeldkwaliteitsplan Josink Es (zie bijlage 4).

Het bedrijventerrein Josink Es is een onderdeel van de voormalige Es en heeft grote landschappelijke kwaliteiten.

Kwalitatief hoogwaardige invulling

De markt vraagt op dit moment bedrijventerreinen met een hoogwaardige uitstraling. Bij veel bedrijven bestaat de behoefte aan een eigen ‘kwalitatief’ imago. Niet alleen het bedrijfspand op zich, maar ook de omgeving speelt een rol. De kwaliteit die de ‘buren’ bouwen, speelt een steeds grotere rol bij de vestigingskeuze. Een pand in een kwalitatief goede omgeving

garandeert over het algemeen een langere levensduur en zal de investering waard blijven.

Door voor elk individueel pand bepaalde minimum kwaliteitsvoorschriften en daarnaast minder stringente richtlijnen mee te geven kan een zekere basiskwaliteit gegarandeerd worden.

Door in de planvorming aan te sturen op een hoogwaardige beeldkwaliteit wordt de toekomstwaarde van het terrein vergroot. Er zullen niet alleen minder verhuisbewegingen plaatsvinden, individuele bedrijven zullen ook eerder geneigd zijn zich in het profiel te schikken wanneer zij er van verzekerd zijn dat de ‘eisen’ ook voor anderen gelden. Op deze manier kunnen zij onderdeel uitmaken van een hoogwaardig geheel.

De cultuur-historisch waardevolle (voormalige) boerderij, welke ruimtelijk binnen het centrale deel valt, doet dienst als accent voor het centrale deel, maar is minstens zo belangrijk voor de beleving van de beekzone. Door dit pand ruimtelijk óók bij de beekzone te betrekken wordt de

belevingswaarde van de beekzone vergroot. De voormalige boerderij moet dan ook gezien worden als ‘schakel’ tussen de woonwijk en het bedrijventerrein.

De boerderij wordt niet direct bij de planvorming van het centrale deel betrokken. Het gebied ten oosten van deze boerderij wordt in eerste instantie namelijk niet in ontwikkeling genomen. De accent / schakelfunctie van de boerderij tussen bedrijventerrein en woonwijk wordt hierdoor nog belangrijker en een prominente plek binnen de beekzone vloeit hier dan ook als vanzelfsprekend uit voort.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20103048-0003_0006.png"

Cultuur-historische waardevolle (voormalige) boerderij als schakel tussen centrale

deel en beekzone

Architectuur

Voor het betreffende perceel zijn geen specifieke bouwvolumes opgenomen in het beeldkwaliteitsplan.

Het bouwplan vormt met zijn materiaalgebruik en detailering een enorm contrast met de 2 agrarische schuren. Met het bouwplan wordt een overgang van het oude erf naar de orthogonale architectuur van de bebouwing op het bedrijventerrein beoogd. Orthogonale architectuur is een architectuur waarin de hoofdmassa’s vormgegeven worden middels het toepassen van ‘rechte’ hoeken. Ronde en andere amorfe massa’s horen in een orthogonale architectuur niet thuis.

De verschillende individuele panden moeten een duidelijke (zijdelingse) beëindiging hebben. Door naast het toepassen van deze ‘dichte’ hoeken ook een (duidelijk) gesloten bovenrand van de gevel na te streven, wordt het individuele karakter van elk pand benadrukt.

Daarnaast worden op deze manier de bouwvolumes, wat betreft beeldvorming, stevig met de aarde verbonden; de bebouwing wordt in de ‘groene fundering’ verankerd. Om de ‘verticaliteit’ van de afzonderlijke bouwmassa’s ten opzichte van de ‘horizontaliteit’ van de ‘groene fundering’ te benadrukken, is het toepassen van dakoverstekken niet toegestaan. Een eenduidige dakbenadering, waarin de gevel voor het dak doorloopt, vergroot de samenhang én homogeniteit van de presentatie.