direct naar inhoud van 4.2 Water
Plan: Buitengebied Noordwest - Boekelerhofweg 75a-75b
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20100861-0004

4.2 Water

In het Bro is vastgelegd dat in ieder geval de bevindingen en resultaten van de watertoets en de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in de toelichting bij een bestemmingsplan worden neergelegd. Naast veiligheid en wateroverlast zullen daarbij ook de gevolgen voor de waterkwaliteit alsmede mogelijke verdroging bezien moeten worden. Bovendien dient te worden aangegeven hoe rekening is gehouden met het wateradvies dat door de waterbeheerder is verstrekt. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe om te gaan met de waterhuishouding binnen het te ontwikkelen gebied. Eerst is een korte toelichting gegeven op de “Watervisie Enschede”. Vervolgens zijn de belangrijkste randvoorwaarden genoemd.

4.2.1 Geen Waterschapsbelang

Er is een watertoets uitgevoerd en daaruit bleek dat in het plan geen waterschapbelangen worden geraakt.

Het plan betreft alleeen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van grondwateroverlast.

Het waterschap Regge en Dinkel heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van de digitale watertoets (d.d. 22 november 2010). Het proces van de watertoets is goed doorlopen.

4.2.2 Watervisie gemeente Enschede

In oktober 2002 is de “Watervisie Enschede- de blauwe aders terug in de stad” door de gemeenteraad van Enschede vastgesteld. De missie van de watervisie is het aanzetten tot het aanpakken van problemen en het grijpen van de kansen in het stedelijk waterbeheer.

Ter ondersteuning van de missie zijn in de watervisie drie doelstellingen opgenomen:

  • 1. Water moet een leidende rol vervullen bij de ruimtelijke inrichting;
  • 2. Samenwerking tussen de verschillende ‘waterpartners’ (bijvoorbeeld het waterschap), de gemeentelijke organisatie en samenwerking tussen de gemeente en de bewoners moet bevorderd worden;
  • 3. Water moet weer in de belevingswereld van de bewoners komen.

Om de watervisie in 2030 werkelijkheid te kunnen laten zijn, moet de visie een samenhangend geheel vormen en moeten betrokken partijen intensief met elkaar samenwerken. Binnen de visie is een geraamte neergezet, die de basis vormt voor de uitwerking van de visie.

  • Het geraamte van de visie bestaat uit een viertal leidende principes, die zijn afgeleid uit de richtlijnen die de rijksoverheid heeft vastgesteld voor het waterbeheer in Nederland:Vasthouden (infiltreren), bergen en afvoeren: regenwater dient zo min mogelijk uit het stedelijk gebied afgevoerd te worden. De achtergrond van dit principe is dat door versnelde afvoer van hemelwater stroomafwaarts problemen in de waterhuishouding ontstaan.
  • Herstellen van de nierwerking: het zoveel mogelijk scheiden van schone en vuile waterstromen, waarbij het schone water mogelijkheden biedt tot (her)gebruik en het vuile water afgevoerd moet worden naar de zuivering.
  • Een doelmatige waterketen: minimaliseren van de kosten van de keten, het minimaliseren van de negatieve effecten op het milieu en het vergroten van de dienstverlening naar de gebruiker van de waterketen.
  • Beleving van water: door water een expliciete rol te geven in de leefomgeving van mensen, kan de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting worden vergroot.

De principes zijn vertaald naar een beeld voor het waterbeheer in 2030 in de gemeente Enschede. De zogenaamde 'blauwe aders' (waterlopen) vormen de hoofdstructuur (Figuur: Zoekgebieden voor blauwe aders in Enschede) van het beeld.

Mogelijke locaties voor het terugbrengen van waterlopen zijn de ‘blauwe ader’ evenwijdig aan de spoorlijn (nr. 3); een afvoer vanaf de wijk Velve-Lindenhof naar het Dinkelsysteem in het oosten (nr. 1); de reconstructie van de Roombeek (nr. 2); een afvoer vanaf het centrum naar het havengebied (nr. 4) en een afvoer vanaf het centrum (nr. 5) en vanaf Enschede-Zuid naar de Rijksweg A35 (nr. 6). De ambitie is om de aders bovengronds aan te leggen.

Op het niveau van de wijken en percelen moet het regenwater afgekoppeld worden. Aanvullend moet het regenwater zoveel mogelijk binnen een plangebied (stedelijk gebied) geïnfiltreerd, geborgen en zichtbaar gemaakt worden. Wanneer binnen de wijk niet voldoende ruimte is voor berging- en infiltratievoorzieningen, kan het water boven- of ondergronds afgevoerd worden naar de beken (blauwe aders) rondom het gebied. Aan de rand van de stad dient het water alsnog opgevangen te worden in retentiegebieden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20100861-0004_0017.png"

Figuur 8: Zoekgebieden voor blauwe aders in Enschede

4.2.3 Gemeentelijk rioleringsplan 2009-2013

In 2009 is een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2009-2013 vastgesteld. Een belangrijke aanleiding voor het opstellen van dit GRP vormt het gegeven dat riolering en water van groot belang zijn voor de leefomgeving in Enschede. Voor een goed beheer van deze riolering en het water zijn weloverwogen uitgangspunten, doelen en een strategie voor de riolering en het water onmisbaar. Al deze (beleids)aspecten zijn in dit GRP vastgelegd. Het belang daarvan is groot, gezien de hoge kosten die zijn gemoeid met het in stand houden en verbeteren van de riolering en de voorzieningen voor hemel- en grondwater. Niet alleen vanuit beheersoogpunt, maar ook vanuit een wettelijk kader is het noodzakelijk een actueel GRP te bezitten. In de Wet Milieubeheer (Wm) is omschreven, dat gemeenten verplicht zijn om een GRP vast te stellen. Met vaststelling van het "GRP 2009-2013" wordt opnieuw voldaan aan de planverplichting uit de Wm. In het GRP 2009-2013 is het gemeentelijk beleid ten aanzien van de rioleringszorg beschreven, inclusief kosten en kostendekking. Daarbij is ook invulling gegeven aan de nieuwe "Wet Gemeentelijke Watertaken", die van ons vraagt om nader beleid te formuleren voor de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater.

Daarnaast wordt met het GRP invulling geven aan de volgende doelen:

  • Het bieden van informatie aan burgers en bedrijven over wat de gemeente doet, wat men van haar kan verwachten en voor welke zaken burgers en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn. Daartoe wordt onder meer inzicht geboden in situaties waar al dan niet hemelwater van burgers en bedrijven wordt ingezameld. Bovendien wordt stil gestaan bij situaties waarbij er structureel overlast door hoge grondwaterstanden is en wordt beschreven in welke gevallen de gemeente hierin maatregelen neemt;
  • Het bieden van een handboek voor de vorming en uitvoering van het beleid op het gebied van waterhuishouding en riolering voor de periode 2009-2013;
  • Het inzicht bieden in de financiële planning (kosten en opbrengsten) met betrekking tot het uitvoeren van riolerings- en (grond)waterbeleid voor de komende jaren.

4.2.4 Water in het plangebied

Het plangebied is niet gelegen in één van de zoekgebieden voor blauwe aders. In het kader van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP 2009-2013) moet het hemelwater in het landelijk gebied zelf worden verwerkt. In de huidige situatie wordt het vuile water afgevoerd naar een IBA op het erf. De erven in de omgeving zijn allemaal aangesloten op hogedrukriolering, maar het erf Boekelerhofweg 75 niet. Het hemelwater wordt op maaiveldniveau afgevoerd naar de sloot langs de Boekelerhofweg.

In de toekomstige situatie neemt de hoeveelheid vuilwater toe (door toevoegen van 2 wooneenheden en de recreatieve functie van het achterhuis). Het verharde oppervlak neemt in de nieuwe situatie sterk af doordat er 3 schuren (totale opp. bijna 1000 m2) en veel erfverharding (betonplaten, klinkers, kuilvoerplaten etc.) verdwijnen en er nauwelijks verhard oppervlak bijkomt (alleen de parkeerplaatsen, maar deze wordt uitgevoerd in grasbeton). Het hemelwater wordt ook in de nieuwe situatie afgevoerd naar de sloot langs de Boekelerhofweg.

Verder vinden er in het plangebied geen wijzigingen in de waterhuishouding plaats.


Verder zal in algemene zin voor wat betreft de bouwtechnische aspecten van dit project uiteindelijk voldaan moeten worden aan het gestelde hierover in het Bouwbesluit. Gezien bovenstaande zijn er geen bezwaren tegen de voorgenomen plannen kijkend naar het aspect 'water'.