direct naar inhoud van 2.2 Cultuurhistorie
Plan: Buitengebied Noordwest - Boekelerhofweg 75a-75b
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20100861-0004

2.2 Cultuurhistorie

In 1450 wordt het land al genoemd als bezit van Johan (II) van Twickelo. Door vererving komt het in bezit van Herman Ripperda, die er omstreeks 1569 het "Hof te Boekelo"op liet bouwen. Het huis wordt herhaaldelijk ver- en herbouwd en in 1818 definitief afgebroken. In 1822 is het Hof te Boekelo aangekocht door de betovergrootvader van de huidige eigenaresse, Helmich van Heek (fabrikeur te Enschede). Sindsdien is het Erf 'n Plas een van de erven op het landgoed door boerenfamilies bewoond geweest. De locatie van het Erf 'n Plas bevindt zich op de plaats van het gesloopte Hof te Boekelo.

Het Erf 'n Plas, als onderdeel van het Hof te Boekelo, bevat een zestal opstallen uit verschillende tijden. Het is een erf met restanten van het agrarisch gebruik en bewoning. Het erf heeft een open karakter en ligt vrij in het landschap waardoor enkele monumentale bomen sterk opvallen. Aan de zuidzijde blokkeert een recente stal het zicht op het landschap en het zicht vanuit het landschap op de boerderij. Het erf bevat weinig storende elementen.

Op het erf staan zes gebouwen: een hoofdgebouw met een melkhuisje, een schuur (de Schöppe), een open kapschuur, een varkensschuur en de ligboxenstal uit 1995. Ze zijn in de loop der tijd gebouwd en verbouwd, waarbij de bouwactiviteiten niet precies zijn gedocumenteerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20100861-0004_0012.jpg"

De schuur, de Schöppe, heeft een rijke, afleesbare bouwhistorie met verschillen in gevel- en dakbehandeling. De Schöppe is een veeschuur met bouwsporen uit de 19e eeuw. De schuur is in de 20e eeuw diverse keren aangepast. In 1935 is de schuur in lengte verdubbeld. De schuur heeft een kloeke rechtvormige vorm van 11,9 bij 20,3 meter. Als men het erf langs de Boekelerhofweg vanuit het westen nadert, tekent de schuur zich af door het karakteristieke zadeldak met flinke overstekken zonder doorbrekingen, gedekt met rode keramische pannen en met een dakrand beëindigd van witte windveren en dekplanken. De muren zijn gemetseld van rode baksteen. Vanuit het oosten gaat de schuur nu enigszins uit het zicht, eerst door een houtwal en dichterbij gekomen door de boerderij. De topgevels waarachter zich de hooiberging bevond, zijn met verticale planken afgewerkt en geven de schuur zijn typische Twentsche uitstraling.