direct naar inhoud van 4.5 Duurzaamheid in de Spoorzone
Plan: Boddenkamp
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20100466-0002

4.5 Duurzaamheid in de Spoorzone

De gemeente Enschede heeft bureau IVAM gevraagd om de duurzaamheid in kaart te brengen van de ontwikkelingsplannen voor de Spoorzone, en om in samenspraak met de gemeente idee├źn te genereren om de duurzaamheid van deze plannen te verhogen. Voor 21 aspecten van duurzaamheid zijn de plannen voor de Spoorzone vergeleken met referentiewijken uit het DPL-programma, een computerinstrument voor het meten van het duurzaamheidsprofiel van een locatie. Op deze manier zijn de sterke en zwakke punten van de plannen voor de Spoorzone op het gebied van duurzaamheid helder in beeld gebracht.

De duurzaamheidsprofielen zijn vervolgens als uitgangspunt gebruikt om te onderzoeken welke kansen er in de Spoorzone zijn om tot een duurzamere ontwikkeling te komen.

Uit de rapportage is naar voren gekomen dat in het gebied Boddenkamp, dankzij de grote hoeveelheid bedrijvigheid, vooral de profit aspecten sterk zijn met hoge scores voor functiemenging en lokale bedrijvigheid. De mogelijkheid tot het combineren van wonen en werken in het bestemmingsplan en herbestemming van markante gebouwen (Ambachtsschool en Melkfabriek) zorgen voor een hoge mate van flexibiliteit. Zwakkere punten zijn het ontbreken van open water en een kleine hoeveelheid openbaar groen. Ook geluidhinder van de omringende wegen en enkele bodemverontreinigingen worden genoemd als knelpunten.

Uiteindelijk zijn er vier terreinen geselecteerd waarvoor extra duurzaamheidsmaatregelen het meest haalbaar zijn:

  • Waterbeheer: mogelijkheden zijn om het regenwater van particuliere woningen te infiltreren in de tuin;
  • Energie: maatregelen zijn het aanscherpen van de EPC ambitie, LED verlichting in de openbare ruimte en onderzoeken of een combinatie van bodemsanering met warmte-koude-opslag mogelijk is;
  • Functiemenging en flexibiliteit: hier zijn kansen het herbestemmen van markante gebouwen, het mogelijk maken van zowel wonen als werken in het bestemmingsplan en bouwen met verhoogde plint, zodat woningen in de toekomst gemakkelijk ook voor andere functies als kleinschalige bedrijvigheid bestemd kunnen worden;
  • Lopen en fietsen: bij het inrichten van de openbare ruimte moet ervoor gezorgd worden dat lopen en fietsen zo aantrekkelijk mogelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld door extra fietspaden of oversteekvoorzieningen.

De rapportage maakt als bijlage 4 deel uit van deze plantoelichting.