direct naar inhoud van 3.3 Gemeentelijk beleid
Plan: Boddenkamp
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20100466-0002

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Toekomstvisie Enschede 2020

De Toekomstvisie Enschede 2020, vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede op 17 december 2007, beoogt op een inspirerende wijze richting te geven aan het gemeentelijk beleid tot 2020. Volgens de Toekomstvisie dient er voor te worden gezorgd, dat Enschede in 2020:

  • een zeer sterke centrumpositie in de Euregio heeft met grootstedelijke allure en top culturele uitstraling;
  • een belangrijke werkgelegenheidsfunctie in de Euregio heeft en een goed opgeleide beroepsbevolking;
  • wijken heeft die de sociale stijging en binding van bewoners versterken;
  • groen en duurzaam onlosmakelijk verbonden heeft met het leven in Enschede.
  • het imago heeft van Europese kennisstad.

De drie strategische opgaven die in de Kadernota en in de programmabegroting zijn uitgewerkt: "Enschede werkt", "Stad Enschede" en "Ons Enschede" zijn een eerste belangrijke stap in de realisatie van de ambities uit de Toekomstvisie.

3.3.2 Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie Enschede 2015

De nota "Enschede biedt ruimte voor de toekomst" is een ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2015, met een doorkijk tot 2030. De visie biedt een kader voor duurzame ontwikkelingen op de lange termijn. Deze ruimtelijke ontwikkelingsvisie is tot stand gekomen in nauwe wisselwerking met de Toekomstvisie Enschede 2010, die het integrale programma voor de economische, fysieke en sociale structuurversterking van de stad voor de komende jaren omvat. De Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2015 is door de gemeenteraad van Enschede vastgesteld op 3 juli 2001. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie (Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2015-2030), die zal worden vastgesteld als structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening.

De Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie Enschede 2015 heeft de volgende hoofddoelstellingen:

  • 1. het ombuigen van de scheefheid in de bevolkingssamenstelling: de ondervertegenwoordiging van hoge inkomensgroepen;
  • 2. het versterken van de kernkwaliteiten van de stad: Enschede groene woonstad, moderne werkstad en Euregionale voorzieningenstad;
  • 3. het waarborgen van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

Nieuwe woon- en werklocaties zijn in samenhang met te ontwikkelen infrastructuur benoemd. De belangrijkste opgave is om in het bestaand stedelijk gebied effectiever met de beschikbare ruimte om te gaan en tot kwaliteitsverbetering te komen, zodat het omliggende waardevolle landschap gespaard kan blijven. Een belangrijk accent ligt op inbreiding en herstructurering en het bevorderen van het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer.

Centraal doel daarbij is het verbeteren van de ruimtelijke samenhang en de ruimtelijke kwaliteit van stad en landschap. Samenhang in de ruimtelijke ontwikkeling, zodat het geheel meer kwaliteit biedt dan de som der delen en Enschede zich als onderdeel van de Netwerkstad Twente ontwikkelt tot een stad met een duidelijk eigen imago en een daar bijbehorend samenhangend en herkenbaar stadsbeeld in een rijke landschappelijke omgeving. Een leefbare, gedifferentieerde stad met:

  • een modern stadscentrum met goede en bereikbare voorzieningen voor Enschedeërs en voor mensen vanuit de gehele (Eu)regio;
  • levendige en veilige woonwijken met voldoende aanbod van uiteenlopende woonmilieus;
  • een (inter)nationaal kennispark dat zich ontwikkelt tot een van de belangrijkste economische motoren van de Netwerkstad Enschede;
  • efficiënt en intensief ingerichte werkgebieden voor bedrijf, handel en industrie;
  • een zorgvuldige inbedding in het omliggende fraaie Twentse landschap.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20100466-0002_0009.jpg"

Figuur 7: kaart Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2015-2030

Deze doelstellingen voor de lange termijn zijn nader uitgewerkt en geconcretiseerd in een aantal bouwstenen voor de ruimtelijke ontwikkelingsvisie.

Voor de toekomst moet het vizier vooral worden gericht op versterking en herinrichting (herstructurering) van het bestaande stedelijke gebied. Zowel in het binnensingelgebied als in een aantal wijken daarbuiten zullen ingrijpende veranderingen plaats vinden om Enschede als woon- en werkstad aantrekkelijk te houden. Vanuit dit perspectief moeten plannen die voor de komende tijd op het programma staan zoveel mogelijk in de bestaande stad worden gerealiseerd. Het bestaande stedelijke gebied kent globaal drie ringen of gordels: het binnensingelgebied, de voornamelijk vooroorlogse stadsdelen en de naoorlogse stadsdelen. In de toekomst zullen deze ringen door selectieve ingrepen nog meer worden aangescherpt en verrijkt. In het binnensingelgebied, waartoe het plangebied “Boddenkamp" behoort, ligt het accent op het intensiveren van stedelijk wonen. Om de eenzijdigheid van de woningvoorraad te doorbreken, moet de komende jaren een breed palet van woningtypen en woonmilieus worden gerealiseerd. Deels als toevoeging aan het bestaande aanbod, deels ter vervanging van huurwoningen, die niet meer aan de eisen voldoen. Doel is de stad ook aantrekkelijk te maken voor mensen met midden- en hogere inkomens.

Het maken van verbindingen en levendige gebieden draagt bij aan zowel de doelstelling moderne werkstad te zijn, als aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Het leggen van verbindingen bij het IC station is van belang om Enschede duurzaam bereikbaar en efficiënt te houden. Het sluit aan bij het streven het 'aankomen' in de stad te verbeteren. Door het realiseren van functiemenging, blijft dit gebied ook in de avonduren leefbaar en veilig.

Concrete voorstellen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van Enschede hebben onder andere betrekking op versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het binnensingelgebied, de ontwikkeling van de spoorzone tot een samenhangend gebied met eigen kwaliteit alsmede continuering en versterking van de kwaliteit van de singels, de radialen en de buitenring.

Voor de spoorzone in het binnensingelgebied wordt versterking en uitbreiding van centrumfuncties nagestreefd, met het accent op kantoren, instituten en instellingen.

3.3.3 Herijking RO-visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie

Op 22 juni 2009 heeft de gemeenteraad van Enschede de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). De binnenstadsvisie zal de gewenste ontwikkeling van het plangebied (zie hoofdstuk 4) mogelijk maken.

De stad wordt niet verder uitgebreid met nog meer woonwijken. Meer dan ooit wordt ingezet op intensivering binnen de huidige grenzen van ons bebouwde gebied. Stedelijke woonmilieus worden centraal in de stad en binnen de singels gefaciliteerd. De gemeente Enschede wil de aantrekkelijkheid van de binnenstad vergroten door meer woningen toe te voegen en meer diversiteit aan te brengen in stedelijke functies, van leisure tot zorg, technologie en kennis. De Spoorzone biedt volop kansen voor een hoogwaardig woongebied met een bijzondere stedelijke uitstraling aan de noordzijde van de binnenstad en nabij het station.

Het beleid uit de Woonvisie 2005-2015 om hogere inkomens aan de stad te binden en nieuwe te trekken is in de herijkte RO-visie doorgezet. Op basis van demografische ontwikkelingen en woningmarktonderzoek is in de RO-visie een woningbouwopgave van maximaal 9.000 voor de komende 15 jaar opgenomen. Ongeveer 60% hiervan, moet in het stedelijk compacte milieu worden gerealiseerd, waar dit gebied zeer geschikt voor is. Het bouwen van deze woningen zal plaatsvinden via het concept kwartiermaken, waardoor evenwichtige buurten ontstaan waar diverse leefstijlen zich thuis voelen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20100466-0002_0010.jpg"

Figuur 8: Concept kwartiermaken

3.3.4 Stadsdeelvisie Binnensingelgebied

De Stadsdeelvisie Binnensingelgebied 2020 is op 5 juli 2004 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze nota is een integrale, samenhangende toekomstvisie en bevat een visie op de fysieke, de economische en sociale ontwikkelingen evenals de ruimtelijke structuur en kwaliteit. Deze stadsdeelvisie is een nadere uitwerking van de Ruimtelijke ontwikkelingsvisie 2015.

Het binnensingelgebied van Enschede, het gebied dat omsloten wordt door de singels en waarvan de wijk Boddenkamp, maar ook het stadscentrum deel van uitmaken, is het functionele hart en het meest stedelijke woon- en werkgebied van de stad. Het belangrijkste kenmerk ervan is de intensieve, levendige menging van allerlei soorten functies, bouwvormen en karakteristieke openbare ruimte. Het binnensingelgebied kent een verscheidenheid aan woon- en werkmilieus, die historisch zijn gegroeid, elk met een eigen functionaliteit, identiteit en uitstraling.

De ambitie van Enschede algemeen en het centrumgebied in het bijzonder is om het stedelijke en (eu-)regionale voorzieningencentrum van Oost-Nederland te zijn. Een kwaliteitssprong in functioneel opzicht is daarvoor een vereiste

In de stadsdeelvisie worden voor de wijk Boddenkamp de volgende milieus onderscheiden:

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20100466-0002_0011.jpg"

Figuur 9: Fragment woon- en werkmilieus

  • Boddenkampmilieu

Dit milieu heeft voornamelijk betrekking op de gehele buurt Boddenkamp. Het Boddenkampmilieu is een eigentijds stedelijk woon-werkmilieu met als belangrijkste kenmerk een menging van centrum-stedelijk (dat wil zeggen gestapelde bebouwing in hoge dichtheid) en stedelijk-compact (grondgebonden) wonen (incl. werken aan huis) met kennisintensieve bedrijvigheid. De openbare ruimte is er groen en gekoppeld aan het Van Heekpark. Het deel ten zuiden van het toekomstig HOV-tracé is stedelijk met middelhoogbouw en een menging van functies, het deel ten noorden daarvan is overwegend grondgebonden woningbouw.

Functioneel streefbeeld: Centrum-stedelijk wonen, stedelijk compact wonen en kennisintensieve bedrijvigheid

  • Singel werk milieu: Boddenkampsingel

De singelmilieus hebben als belangrijkste kenmerk de zeer karakteristieke openbare ruimte met het specifieke dubbele wegprofiel met monumentale bomenrijen in de middenberm. De bebouwing is grotendeels kleinschalig, deels met villa's. Deze noordelijke singels van de singelring hebben een belangrijke werkfunctie. Hier komen behalve wonen de volgende functies algemeen voor: maatschappelijke voorzieningen en zakelijke dienstverlening. Voor wat betreft het wonen (inclusief werken aan huis) ligt overal de nadruk op stedelijk-compact wonen en stedelijke woonvilla's.

Functioneel streefbeeld: maatschappelijke voorzieningen, zakelijke dienstverlening, stedelijke woonvilla's en stedelijk compact wonen.

  • Aanloopstratenmilieu: Deurningerstraat

Het aanloopstratenmilieu is zeer karakteristiek voor het binnensingelgebied van Enschede. Langs de aanloopstraten (Lipperkerkstraat, Kuipersdijk, Haaksbergerstraat en de Deurningerstraat) naar de binnenstad heeft zich een kleinschalig gemengd milieu ontwikkeld, waarin de volgende functies algemeen voorkomen: detailhandel, horeca, zakelijke dienstverlening en wonen (inclusief werken aan huis). Voor wat betreft het wonen ligt de nadruk op centrum-stedelijk wonen. De openbare ruimte is stenig met groen.

Functioneel streefbeeld: detailhandel, horeca, zakelijke dienstverlening, centrum-stedelijk wonen.

  • Radialen werk milieu

Hengelosestraat en de Raiffeisenstraat

Dit werkmilieu is een variant op het singel-werkmilieu. Hier varieert de openbare ruimte van stenig tot stenig groen.

Functioneel streefbeeld: maatschappelijke voorzieningen, zakelijke dienstverlening, stedelijke woonvilla's en stedelijk compact wonen.

  • Overig binnenstad:

Gebied begrensd door de Deurningerstraat, de Hengelosestraat en de Raiffeisenstraat en het gebied begrensd door de dr. Benthemstraat, van Alphenstraat, Nieuwe Schoolweg en de Oldenzaalsestraat

Binnen dit milieu komen alle binnenstadsfuncties algemeen voor met uitzondering van detailhandel en horeca.

Functioneel streefbeeld: maatschappelijke voorzieningen, zakelijke dienstverlening en centrum-stedelijk wonen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20100466-0002_0012.jpg"

Figuur 10: Kaart Binnensingelgebied, toekomstige woon- en werkmilieus

Vrijwel overal in het binnensingelgebied wordt gewoond en vrijwel overal is sprake van een goede menging van wonen en werken. In de binnenstad, langs de centrumring en langs de aanloopstraten en de radialen domineren de economische functies, langs de singelring wordt veel gewoond. In de tussenliggende buurten is de woonfunctie de belangrijkste.

In de Stadsdeelvisie Binnensingelgebied zijn de randvoorwaarden benoemd voor de lopende projecten en de mogelijke toekomstige vernieuwings- en verbeteropgaven. De toekomstige vernieuwings- en verbeteropgaven passen binnen de beoogde woon- en werkmilieus.

Visie op de toekomstige ontwikkelingen en opgaven plangebied Boddenkamp:

Verstedelijking

De zuidelijke rand van Boddenkamp langs de Molenstraat, welke deel uitmaakt van het milieu 'Spoorzone' en 'Binnenstad-overig', en de oostelijke punt van Schuttersveld (mengmilieu Spoorzone-Volksparkmilieu) maken deel uit van de noordelijke uitbreiding van het centrum. Maatschappelijke voorzieningen, zakelijke dienstverlening en centrum-stedelijk wonen zullen hier een plek krijgen.

Vervlechting

Het totale Boddenkamp-gebied is als een vernieuwingsopgave te duiden. Uitgangspunt is dat hier een gevarieerd woon- en werkgebied ontstaat, het 'Boddenkampmilieu'. In het gebied wordt straks centrum stedelijk wonen en stedelijk compact wonen, beiden met mogelijkheden voor werken aan huis, gecombineerd met kennisintensieve bedrijvigheid, gewenst. De dichtheid loopt uiteen van zeer hoog ('centrummilieu') naar gemiddeld ('stedelijk compact') tot laag ('singel-werkmilieu').

Ten noorden van de HOV-busbaan is ruimte voor vooral de grondgebonden, stedelijk compacte woningen. Uit het oogpunt van ruimtelijke samenhang zullen deze moeten worden afgestemd op zowel de twee bestaande, te handhaven gesloten bouwblokken, als op de bijbehorende infrastructuur. Langs de busbaan zal sprake zijn van hogere dichtheden. Voor het gehele Boddenkampgebied geldt dat waardevolle, historische gebouwen gehandhaafd worden.

Verbinding

De HOV-busbaan noord zal door het plangebied in Boddenkamp lopen. De HOV-busbaan west gaat over de Hengelosestraat.

Zowel in zuid-oost als in oost-west richting zal een recreatieve langzaam verkeersverbinding worden gecreëerd. De eerste vergroot de relatie met het (nieuwe) stadscentrum en het Van Heekpark. De tweede die met de aanliggende buurten.

De Deurningerstraat, de Hengelosestraat en de Raiffeisenstraat blijven 50 km-wegen.

Verbetering

In de vernieuwingsopgave Boddenkamp zullen in de openbare ruimte (groene) ontmoetingsplekken worden gecreëerd. Parkeren vindt er zoveel mogelijk in gebouwde voorzieningen plaats dan wel op maaiveld op eigen terrein.

De hoge dichtheden vragen om een ruime, groene openbare ruimte. In Boddenkamp zal deze moeten aansluiten op het Van Heekpark.

Vernieuwingsopgave Boddenkamp

Voor het totale gebied ligt er een opgave om een nieuw stedelijk woon-werkmilieu te ontwikkelen die de stad sociaal en economisch zal versterken. In 2005 is daarvoor een projectprogramma gemaakt voor het gebied gelegen tussen de Deurningerstraat, Hengelosestraat en de Boddenkampsingel, waarin de randvoorwaarden en eisen ten aanzien van een dergelijke opgave opgenomen worden. Op 29 mei 2006 heeft de gemeenteraad besloten in te stemmen met het projectprogramma De Boddenkamp met inachtneming van het daarin gestelde kader met betrekking tot het HOV-tracé.

Voor het gebied ten oosten van de Boddenkampstraat komt de nadruk te liggen op het creëren van een hoogwaardige en wervende stedelijke woonbuurt voor een doelgroep, die zich kenmerkt door hogere inkomens en/of hoogopgeleiden, die groot belang hecht aan de nabijheid van de binnenstad en haar culturele voorzieningen. Daarbij speelt de nabijheid en verbinding naar het Van Heekpark uiteraard ook een rol.

De nieuwe woonbuurt zal zich zoveel mogelijk voegen in de bestaande structuren, met behoud van de al aanwezige kwaliteiten. De opzet van de buurt wordt gekenmerkt door gesloten bouwblokken met vooral grondgebonden, ruime woningen op relatief kleine kavels. Een centrale openbare ruimte vormt een belangrijke kwaliteitsdrager van het gebied. De buurt moet een aantrekkelijkheid en allure krijgen die herkenbaar is en bestendig is.

De HOV- Noord zal door het plangebied de Boddenkamp lopen over het oude spoortracé en volledig geïntegreerd worden in het te maken stedenbouwkundig ontwerp.

3.3.5 Ruimtelijke visie Spoorzone

De ruimtelijke visie Spoorzone is een gebiedsvisie die beoogt richting te geven aan de ruimtelijke ontwikkelingen van dit gebied als koersbepaling en ontwikkelingsperspectief voor de lange termijn (2010 tot 2025 en verder). Deze ruimtelijke ontwikkelingsvisie heeft tot doel meerdere scenario's voor de toekomstige ontwikkeling op te stellen die in de verschillende deelgebieden tot nadere keuzes zal leiden. Belangrijke onderwerpen in de ruimtelijke ontwikkelingsvisie zijn hoogbouw, parkeren en de verkeersafwikkeling.

Het projectgebied Spoorzone ligt aan de noordkant van de binnenstad. Het gebied is gelegen aan weerszijden van het spoor met een begrenzing in het westen door het Schuttersveld en in het oosten door Polaroid. Het station heeft een verbinding met de Randstad en Duitsland. Het gebied is de brug tussen de binnenstad en Roombeek en tussen de Universiteit, Kennispark en de binnenstad. In het gebied van de Spoorzone ontbreekt een stedelijk weefsel dat samenhang kent en leesbaar is.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20100466-0002_0013.jpg"

Figuur 11: Fragment overzichtskaart gebied Spoorzone

In de Spoorzone wordt ingezet op een hoogstedelijke en onderscheidende wooncultuur. Een klimaat dat uitdaagt en cultureel verrijkt en dat in Twente onvoldoende aanwezig is. Waar maatschappelijke voortrekkers zich thuis voelen en waar kennisintensieve bedrijvigheid zich graag mee verbindt. Daarmee wordt Enschede een completere stad en de stad zet een ambitie neer die in deze vorm in den lande nog niet is gerealiseerd.

De Spoorzone biedt, met een ruimte van meer dan 70 hectare, een unieke mogelijkheid om een kwaliteitssprong te maken in dit gebied en daarmee de binnenstad te vergroten en verlaten bedrijfsgebieden te transformeren naar aantrekkelijke woongebieden. De gemeente Enschede wenst de mogelijkheid te onderzoeken om te komen tot (her-)ontwikkeling van (delen van) het centrumgebied, meer in het bijzonder de “Spoorzone”. De gemeente Enschede beoogt met deze gebiedsontwikkeling het centrum van de stad een impuls te geven, welke ontwikkeling is gericht op het ontwikkelen van (openbare) parkeervoorzieningen, verblijfsdoeleinden, kantoorlocaties, hoogwaardig wonen, kantoren, detailhandel, een nieuwe spoortunnel en maatschappelijke voorzieningen in het bovenomschreven gebied.

Het voornemen bestaat een onderdeel van de Spoorzone, namelijk “de nieuwe stad”, autoluw te maken. Ook is er het voornemen de straatprofielen in delen van de nieuwe stad te veranderen, waardoor parkeren op de straat niet meer mogelijk zal zijn. Tenslotte zullen thans bestaande parkeerterreinen (bijvoorbeeld achter het Kantongerecht of naast de Noordmolen) in de toekomst verdwijnen.

De beoogde veranderingen zullen gevolgen hebben voor de mogelijkheid het parkeren in het gebied op te vangen. Het realiseren van een parkeervoorziening zal dan ook op langere termijn noodzakelijk zijn. Deze parkeervoorziening (aard en omvang) zal in de toekomstige visie- en besluitvorming door de Raad worden bepaald. Vooruitlopend op een definitieve invulling van een parkeervoorziening zal door ontwikkelingen in Spoorzone op relatief korte termijn (bijvoorbeeld Middengebied fase 1 en Boddenkamp) een parkeerbehoefte ontstaan die in het gebied moet worden opgevangen. Dit geldt ook voor het realiseren van een Park & Ride ten behoeve van de spoortunnel.

Voor de ambities en ontwerp-opgaven voor het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 4.1.

3.3.6 Woonvisie Enschede 2005 - 2015

Het stedelijk kader voor wonen is vastgelegd in het strategisch programma wonen en is nader uitgewerkt in de Woonvisie.

Op het gebied van wonen spelen verschillende ontwikkelingen:

  • de gemeente Enschede wil de sociaal-economische structuur van de stad versterken door meer hogere inkomensgroepen vast te houden en aan te trekken;
  • tegelijkertijd zorgen ontwikkelingen in de markt voor een druk op het realiseren van vooral goedkope woningen.

In de Woonvisie wordt een tweetal hoofddoelstellingen onderscheiden:

  • het leveren van een bijdrage aan het versterken van de sociaal-economische positie van Enschede;
  • het vergroten van de woonkwaliteit voor alle inwoners, waarbij de wensen van de woonconsument centraal staan.

Deze doelstellingen zullen gerealiseerd worden via vijf beleidslijnen:

  • sturen op strategische aanpassing van de voorraad;
  • aandacht voor de kwetsbare groepen;
  • werken aan woonkwaliteit voor nu en straks;
  • vergroten van de invloed van woonconsumenten;
  • samenwerken aan wonen.

Belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijk woonbeleid is de stedelijke doelstelling van structuurversterking. Door het creëren van een evenwichtiger, concurrerende woningmarkt met voldoende kwantitatief, kwalitatief en gedifferentieerd aanbod van woningen en woonmilieus kan gewerkt worden aan de structuurversterking van Enschede. Het is van belang dat mensen met overeenkomstige leefstijlen bewust voor een bepaald woonmilieu kunnen kiezen. Dit stelt eisen aan de omvang en de samenstelling van de woningvoorraad. Door het zorgvuldig vertalen van woonwensen in een passend aanbod kan de doorstroming worden bevorderd. In de nieuwbouw en de herstructurering zal dan ook een belangrijk accent worden gelegd op marktsegmenten die de doorstroming bevorderen. Om goed in te kunnen spelen op de soms snel wisselende woonwensen van de woonconsument zullen woonconcepten moeten worden ontwikkeld die tegemoet komen aan deze wensen. Ook zal het particulier opdrachtgeverschap en de consumentgerichte projectontwikkeling zoveel mogelijk gefaciliteerd en gesimuleerd worden.

Wonen en zorg

Op 26 januari 2004 hebben gemeenten, corporaties, zorg- en welzijn aanbieders en zorgkantoor het convenant wonen, welzijn en zorg ondertekend.

Hierin is als missie neergelegd dat alle burgers, in het bijzonder kwetsbare burgers, kunnen beschikken over adequate huisvesting, welzijn en zorg, in een omgeving die leefbaar en veilig is. De aandacht gaat in het kader van wonen, welzijn en zorg derhalve uit naar ouderen, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten, mensen met psychische beperkingen, allochtonen, dak- en thuislozen, verslaafden en ex-gedetineerden.

Het aandeel ouderen op de woningmarkt zal, als gevolg van de vergrijzing, de komende jaren sterk toenemen. Ook de door velen geuite wens om langer zelfstandig te wonen leidt hiertoe. Deze wens bestaat niet alleen bij ouderen maar ook bij jongere mensen met een lichte of zwaardere lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen, die voorheen al dan niet in instellingen verbleven. De samenleving zal, meer dan nu, mensen kennen die met lichte of zwaardere beperkingen, zoveel mogelijk zelfstandig willen wonen en maatschappelijk actief zijn. Dit stelt eisen aan het aanbod van woningen, aan de woonomgeving en aan voorzieningen in de directe omgeving. De vraag en het aanbod naar nultrede en levensloopbestendige woningen is geïnventariseerd. De vraag is veel groter dan het aanbod. Bij (ver)nieuwbouwplannen moet invulling worden gegeven aan deze vraag.

Woonkeur en Keurmerk Veilig Wonen

Het Woonkeur en het Keurmerk Veilig Wonen zijn verplicht gesteld in de Woonvisie 2005-2015. De gemeente maakt nadere afspraken met corporaties, aannemers en eigenbouwers over de toepassing van het Woonkeur en het Keurmerk Veilig Wonen bij nieuwbouw(projecten), waarbij externe toetsing plaatsvindt. Middels een collegebesluit is namelijk bepaald dat de toepassing van deze instrumenten in co-financiering plaats moet vinden.

De Woonvisie Enschede 2005-2015 is door de gemeenteraad van Enschede op 27 juni 2005 vastgesteld.

3.3.7 Beleid binnenstedelijke bedrijvigheid

Binnenstedelijke bedrijvigheid valt uiteen in twee beleidsvelden te weten functiemenging in wijken (verspreide/informele locaties) en binnenstedelijke bedrijventerreinen (formele locaties). Een duidelijke kwantitatieve afbakening valt hier niet echt aan te geven maar ligt grofweg bij 1,5 ha. De in de verschillende wijken verspreide werkgelegenheid (informele locaties/functiemening) bedraagt ca. 30% van de totale Enschedese werkgelegenheid, op de formele locaties gaat het om ca. 11% van de totale werkgelegenheid.

Binnenstedelijke bedrijventerreinen

Ondanks het feit dat in Enschede steeds meer mensen werkzaam zijn in de zakelijke en publieke dienstverlening blijven ook de industrie, bouw, groothandel en logistiek belangrijke ruimtevragers. Om aan alle bedrijven ruimte te kunnen bieden moet een kwantitatief en kwalitatief gevarieerd aanbod aan bedrijfsterreinen worden ontwikkeld, waaronder op binnenstedelijke locaties. Hierbij worden de groene randen van de stad ontzien. Enschede kent door haar (industriële) geschiedenis van oudsher veel binnenstedelijke bedrijfslocaties, waaronder het plangebied "Boddenkamp".

De laatste jaren is er echter veel bedrijvigheid uit de binnenstedelijke bedrijfsterreinen verdwenen. Dit is met name een gevolg van de grote vraag naar woningbouw en voorzieningen in de stad, waardoor de bedrijfsfuncties onder druk komen te staan. Daarnaast kiezen steeds meer bedrijven voor een locatie aan de rand van de stad, omdat ze daar meer ruimte hebben of omwille van milieuredenen. In de Toekomstvisie is aangegeven dat de druk op het buitengebied zo beperkt mogelijk moet zijn, daardoor neemt de druk op de ruimte in de bestaande stad toe. Daar waar mogelijk dient de bedrijvigheid dus in de bestaande stad te worden opgevangen. Ondermeer door actief te zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor bedrijvigheid in bestaand stedelijk gebied kan worden voorkomen dat er aan de rand van de stad extra ruimte nodig is om bedrijven te huisvesten. Dit is des te meer belangrijk omdat vrijkomende bedrijfsruimte (locaties, gebouwen) in het bestaand stedelijk gebied veelal dient als 'broedplaats' voor nieuwe startende bedrijvigheid en daarmee de structuur van de locale economie en de vitaliteit van zowel de wijk als de bestaande stad versterkt. De gemeente vindt het dan ook belangrijk dat er in het binnenstedelijk gebied voldoende ruimte blijft voor (startende) bedrijven. Om het verdwijnen van binnenstedelijke bedrijfslocaties actief te kunnen tegengaan en sturing te geven aan de ontwikkeling van nieuwe binnenstedelijke bedrijfslocaties is door de gemeenteraad van Enschede op 14 mei 2007 hieromtrent beleid vastgesteld. Dit beleid komt in hoofdlijnen op het volgende neer:

  • In elke ruimtelijke afweging van functionele (her)ontwikkeling van een locatie de werkfunctie nadrukkelijk als optie meenemen;
  • Bij de afweging van de (her)ontwikkeling van een binnenstedelijk bedrijventerrein de werkfunctie als uitgangspunt nemen;
  • De bestaande locatiescans in te zetten als afwegingskader, indien er van de betreffende locatie geen scan aanwezig is wordt deze alsnog opgesteld;
  • In elke ruimtelijke afweging van een locatie wordt het motto "inbreiding gaat voor uitbreiding" nadrukkelijk meegenomen;
  • De verankering van de werklocaties vindt plaats in de bestemmingsplannen.

Functiemenging in wijken

Het beleid t.a.v. functiemenging is een overkoepelend beleid (zie ook het gemeentelijk detailhandels- en kantorenbeleid) ter stimulering van de werkgelegenheid en leefbaarheid in (woon)wijken. Uitgangspunt is om – naast de reeds bestaande wettelijke mogelijkheid tot bedrijfshuisvesting in een deel van de woning (beroep of bedrijf aan huis) – kleine bedrijven te laten vestigen in daarvoor geschikte panden of een verruiming van de regels op bepaalde gebieden toe te staan. Te denken valt aan voormalige solitaire winkelpanden, grote woningen (o.a. langs de singels, invalswegen) en hobbykamerwoningen. Hierdoor wordt het vestigingsmilieu in de stad gevarieerder en wordt de broedplaatsfunctie fysiek een kans gegeven. Het beleid sluit hiermee tevens aan bij het gemeentelijk startersbeleid.

Werken aan huis

Veel ondernemers starten een eigen, voornamelijk dienstverlenend, bedrijf vanuit hun woning. De woning is zeker in de beginfase van het bedrijf een ideale vestigingslocatie. Het is goedkoop, flexibel en geschikt om werk te combineren met andere taken. Vanuit economisch opzicht leveren deze bedrijven aan huis een goede bijdrage aan de bedrijvigheid, leefbaarheid en dynamiek van de wijk. Bovendien wordt de werkgelegenheid hierdoor bevorderd.

Het bevorderen van het starten van een bedrijf vanuit de woning past ook bij de huidige aandacht voor levendige wijken, het multifunctioneel bouwen en een meervoudig ruimtegebruik.

Voor de gemeente is het fenomeen “bedrijf aan huis” ook relevant. Dit met name vanuit het programma 'Enschede Werkt', maar in algemene zin ook vanuit de volgende doelen:

  • het bevorderen van werkgelegenheid in de wijk;
  • het vergroten van de (sociaal-economische) dynamiek in de wijk door een vermindering van de nadruk op de woonfunctie;
  • het bevorderen van sociale stijging;
  • het terugdringen van mobiliteit.

In het kader van de functiemenging in woonwijken geldt voor de uitoefening van aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in het algemeen een vrij ruim toelatingsbeleid, waarbij niet alleen de uitoefening van vrije beroepen aan huis (tandartsen, huisartsen, fysiotherapeuten e.d.), maar ook bedrijfsmatige (dienstverlenende) activiteiten bij de woonfunctie passend worden geacht, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden.

Enclaves

Naast het werken aan huis zijn er door verloop van tijd, historisch gezien, vele kleine gebiedjes ontstaan verspreid door de stad, waar gewerkt wordt en waar kleine ondernemingen gevestigd zijn. Deze gebieden, de zogenaamde enclaves, zijn vanwege hun beperkte omvang niet aan te merken als bedrijventerrein. Er wordt een verschil gemaakt tussen enclaves gelegen aan stedelijke radialen of dorpse linten en verborgen enclaves. Onder verborgen enclave wordt verstaan een klein terrein waar een bedrijf of enkele bedrijven zijn gevestigd die omsloten zijn door woningen. Vanuit de dynamiek van de wijk en in economisch opzicht vervullen enclaves vaak een belangrijke rol in de economische functie van de wijk waar ook relatief veel arbeidsplaatsen worden geboden. Enclaves die van belang zijn voor de stad (dynamiek in de wijk, respectievelijk bijdrage aan de werkgelegenheid) wordt een beschermde status verleend met behoud van de werkfunctie. Voor enclaves die een dergelijk belang voor de stad niet hebben, wordt transformatie op termijn naar andere functies, zoals wonen, mogelijk gemaakt.

Woonmilieus

Enschede is ingedeeld in landelijk gehanteerde woonmilieus. Een woonmilieu wordt gezien als een aaneengesloten woongebied met een grote mate van ruimtelijke uniformiteit en sociale samenhang. De wijken en de buurten van Enschede hebben echter zoveel verschillende karakteristieken dat de omvang en de grenzen van woonmilieus meer in globale zin zijn te bepalen. De woonmilieus geven aan hoe een buurt is opgebouwd, in de samenhang tussen stedenbouw, korrelgrootte en woningtype. Hieruit kan ook iets worden afgeleid over de parkeermogelijkheden en de openbare ruimte. Vaak trekken bepaalde woonmilieus ook mensen aan met een bijbehorende leefstijl. Het ene woonmilieu leent zich daarom beter voor functiemenging dan het andere woonmilieu.

In de beleidsnotitie functiemenging in wijken en (verborgen) enclaves, vastgesteld door burgemeester en wethouders van Enschede op 7 juli 2009, is een onderscheid gemaakt in vier categorieën regelingen voor functiemenging, gerelateerd aan het type woonmilieu.

Regeling functiemenging per woonmilieu:

Categorie A: De huidige regeling functiemenging handhaven (max. 30m² bebouwd oppervlak,

daarboven ontheffing aanvragen per geval).

Categorie B: 30 % van het bebouwde oppervlak standaard vrijgeven voor functiemenging

(daarboven ontheffing aanvragen per geval).

Categorie C: Binnen de kaders van de Gids Buitenkans geheel vrijlaten.

Categorie D: Een aantal “hotspots” in de stad aangeven, waarbinnen een 49% ontheffing

toegestaan wordt (daarboven herziening bestemmingsplan aanvragen per geval)

De beleidsnotitie functiemenging in wijken en (verborgen) enclaves is vastgesteld als beleidskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Tevens wordt beoogd de planologische keuzes in het ruimtelijk beleid ten aanzien van functiemenging te faciliteren in ruimtelijke regelgeving door enerzijds een wijze van ontwikkelingsgericht bestemmen en anderzijds de juridische regeling voor beroep of bedrijf aan huis in bestemmingsplannen daarop af te stemmen. Aangezien een bestemmingsplan in overeenstemming dient te zijn met het belang van een goede ruimtelijke ordening ofwel 'duurzame ruimtelijke kwaliteit', moet de planologisch toegestane functiemenging wel zodanig zijn dat enerzijds een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd en anderzijds ook een goede bedrijfsuitoefening is verzekerd. De beleidsuitgangspunten voor aan huis gebonden beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten hebben een juridische vertaling gekregen in de specifieke gebruiksregels binnen de woonbestemming (zie hoofdstuk 6 Juridische planopzet, paragraaf 6.3.2. Bestemmingsregels, bestemming “Woongebied”).

Beleid binnenstedelijke bedrijvigheid in het plangebied ”Boddenkamp”

De gemeente Enschede wil het werken in en aan huis meer mogelijk maken, omdat dit werkgelegenheid creëert en tot de start van groeiende bedrijven kan leiden. Het plangebied "Boddenkamp" is specifiek aangewezen als 'hot spot', waar nog steeds wonen de belangrijkste activiteit is, maar de mogelijkheden voor werken in ruimte gelijkwaardig zijn. In het plangebied is meer werken aan huis prima mogelijk en het geeft goede economische vooruitzichten.

3.3.8 Kantorennota 2002

Het kantorenbeleid van de gemeente Enschede is vastgelegd in de nota 'Kantorenbeleid Gemeente Enschede' uit 2002.

Beleidsuitgangspunten kantorenbeleid

De belangrijkste uitgangspunten voor het kantorenbeleid zijn:

  • a. Het ontwikkelen van een aantrekkelijk investerings- en ontwikkelingsklimaat;
  • b. Het aanbieden van de juiste hoeveelheid kantoorlocaties van de juiste kwaliteit die aansluit bij de marktvraag;
  • c. Voorkomen van versnipperde ontwikkelingen. De markt wil namelijk krachtige kantoorlocaties die een duidelijke aantrekkelijkheid en positie hebben;
  • d. De kantoorontwikkeling van Enschede in breder regionaal kader plaatsen. In de toekomst zal de netwerkstad opereren als één kantorenmarkt.

Dit beleid houdt in dat het aanbod van kantorenlocaties qua hoeveelheid en kwaliteit goed dient aan te sluiten op de marktvraag. Uit diverse marktanalyse – de meest recente uit 2009 – dreigt een overaanbod voor kantoren te ontstaan. Enschede zet daarom in op drie krachtige kantorenlocaties, te weten:

  • 1. De Stationsomgeving (voor kantoren met een publieke functie en/of baliefunctie)
  • 2. De Zuiderval (met de nadruk op zakelijke dienstverlening)
  • 3. Kennispark / Business & Science Park (met de nadruk op Science ontwikkeling)

Voor de overige locaties in Enschede geldt dat kantoren in beperkte mate worden toegestaan om de ontwikkelingen niet concurrerend te laten zijn met de formele, hierboven genoemde kantorenlocaties.

Zo mogen kantoren aan singels en uitvalswegen maximaal 350 m² bvo (bedrijfsvloeroppervlak) bedragen. Voor de overige locaties is de norm 150 tot 200 m² bvo per gebouw.

Kantorenbeleid in het plangebied “Boddenkamp”

De kleinschalige kantoorontwikkelingen in de wijk worden zoveel mogelijk beperkt. Om deze ontwikkelingen niet concurrerend te laten zijn met de formele kantorenlocaties worden een tweetal normen gehanteerd. Zo mogen kantoren aan singels en uitvalswegen niet groter zijn dan 350 m² b.v.o. (of 15-20 werkzame personen) en moet er bovendien al sprake zijn van enige concentratie van kantooractiviteiten. Wanneer er geen sprake is van geconcentreerde ontwikkeling of wanneer het een ontwikkeling in de wijk betreft, geldt de norm van maximaal 50 tot 200 m² b.v.o. per gebouw (of 5-10 werkzame personen).

3.3.9 Ontwikkelingskader Horeca 2005 - 2015

Het Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015 is op 11 juli 2005 vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Het Ontwikkelingskader vormt het beleidskader voor een goede ruimtelijke en economische ontwikkeling van de horeca in Enschede.

Het Ontwikkelingskader:

  • beschrijft op hoofdlijnen het toekomstige horecabeleid in de gemeente Enschede en geeft aldus aan waar de gemeente zich de komende jaren op richt als het gaat om het realiseren van ambities in de horeca;
  • zorgt voor inbedding van de bestaande horeca en biedt gemeente én ondernemers een toetsingskader voor nieuwe horecaontwikkelingen en -initiatieven;
  • dient als basis voor de uitwerking van bestemmingsplannen (input voor gemeentelijke bestemmingsplannen en toetsingskader voor de provincie).

In het Ontwikkelingskader zijn de volgende nadere keuzes verwerkt:

  • de versterking van de (binnen)stad als (Eu)regionaal uitgaanscentrum door aanwijzing van gebieden waar bestaande en nieuwe marktpartijen voldoende ruimte krijgen om een (ver)nieuw(end) horeca-aanbod te introduceren;
  • de bundeling van horecabedrijvigheid in een aantal krachtige clusters, waarbij planologisch onderscheid is aangebracht tussen horecaconcentratiegebied, horeca-ontwikkelingsgebied, horecaconsolidatiegebied en sterlocaties. Concreet krijgt de horeca de komende jaren ruimte voor ontwikkeling op de volgende locaties: Oude Markt en omgeving, Muziekkwartier, Van Heekplein, Roombeek en Boekelo/Rutbeek en omgeving;
  • de beperking van mogelijke overlast voor aanpalende overige functies;
  • de verruiming van de openingstijden in het horecaconcentratiegebied en de overige binnenstad.

Horeca stadsdeel Centrum

Het plangebied is gelegen in het stadsdeel Centrum. In dit stadsdeel bevinden zich ongeveer 160 horecabedrijven met ruim 21.000 m² verkoopvloeroppervlak. Dit is bijna de helft van het totale aantal horecabedrijven in de gemeente Enschede en een derde van het totale horecaverkoopoppervlak.

Het grootste deel van de horeca bevindt zich in de binnenstad en vormt samen met de retail het koop- en uitgaanscentrum van Enschede. De komende jaren zal het areaal horeca in de binnenstad nog aanzienlijk worden uitgebreid met onder meer de oplevering van het Willem Wilminkplein, de herinvulling van het oude Schouwburgpand en de doorontwikkeling van het gebied Walstraat-Pijpenstraat-Zuiderhagen.

Buiten het kernwinkelapparaat is langs de radialen Kuipersdijk, Deurningerstraat, Haaksbergerstraat en Lipperkerkstraat nog een aanbod publieksgerichte voorzieningen te vinden, waaronder horeca. Elders bevinden zich verspreid over het stadsdeel Centrum nog diverse drank-, maaltijd- en spijsverstrekkende horecabedrijven met een van oudsher buurt-/ wijkverzorgende functie alsmede een aantal specifieke functies, waaronder partycentra en hotels/ pensions.

Horecabeleid in het plangebied “Boddenkamp”

Horeca kan een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en levendigheid van de dagelijkse leefomgeving. In het horecabeleid wordt dan ook ingezet op behoud van het bestaande aanbod horecavoorzieningen in buurten en wijken. Uit het oogpunt van beheersbaarheid (beperking overlast) en de keuze voor een beperkt aantal krachtige horeca(ontwikkel)locaties in de binnenstad, Roombeek en Boekelo/ Rutbeek wordt een verdere uitbreiding van de horeca in woonbuurten en -wijken in zijn algemeenheid niet voorgestaan. Evenals voor detailhandel geldt dat de kansen op behoud en kwaliteitsversterking van horecabedrijven het grootst zijn bij concentratie in perspectiefvolle buurt- en wijkcentra.

In het plangebied Boddenkamp, waarin het accent op wonen zal liggen, wordt aangehaakt op deze algemene beleidslijn. De bestaande horecavoorzieningen langs de Deurningerstraat blijven gehandhaafd. Met het oog op de aanzienlijke uitbreiding van het horeca areaal in het nabij gelegen kernwinkelgebied wordt geen ruimte geboden voor nieuwe horeca.

3.3.10 Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2003

Op 14 juni 2004 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2003 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin wordt voor de toekomstige ruimtelijk-economische structuur uitgegaan van de volgende algemene uitgangspunten:

  • 1. Binnenstad behouden en versterken als (Eu)regionaal recreatief winkelcentrum;
  • 2. Eigentijdse voorzieningen voor de dagelijkse boodschappen evenwichtig verdelen op wijkniveau;
  • 3. Gericht bezochte (volumineuze) detailhandel met een bovenlokaal verzorgende functie zoveel mogelijk concentreren, met waar nodig afstemming op regionaal niveau.

Specifieke uitgangspunten die gelden voor dit plangebied betreffen buurtwinkels (verspreide bewinkeling) en uitvalswegen.

Buurtwinkelstrips

In de toekomst zijn er onvoldoende economische mogelijkheden voor complete dagelijkse winkelvoorzieningen op buurtniveau. Dit betekent niet dat er buiten de aangegeven winkelstructuur geen winkels meer mogelijk zijn: in veel gevallen zullen bestaande winkels nog jarenlang functioneren. Deze winkels bieden mogelijkheden voor startende ondernemers (betaalbare ruimte). De gemeente Enschede zal echter buiten de aangegeven gewenste winkelstructuur niet substantieel meer investeren in de winkelfunctie en deze zal ook niet verder worden uitgebreid. Enerzijds ontbreekt op termijn het draagvlak voor een economisch gezond en eigentijds winkelaanbod, anderzijds gaat versterking ten koste van de gewenste winkelstructuur. Op basis van een individuele afweging is een afwijking van deze hoofdlijn van beleid mogelijk.

Het is gewenst voor winkelclusters, die geen functie meer hebben in de winkelstructuur een op betreffend gebied toegespitst beleid te voeren om verloedering tegen te gaan en nieuwe investeringen aan te trekken. Vaak kunnen voormalige buurtwinkelcentra een functie behouden als buurtcentrum, waardoor zij een bijdrage blijven leveren aan de leefbaarheid in de buurt (buurtwinkel, horeca, commerciële en maatschappelijke diensten, en dergelijke). Ook lenen winkelpanden zich vaak voor andere al of niet commerciële, maar niet specifiek buurtgebonden functies.

Uitvalswegen

Aan de uitvalswegen vanuit het centrum naar de singel, zoals de Deurningerstraat en Hengelosestraat, is momenteel nog een beperkt winkelaanbod aanwezig. Dit zijn hoofdzakelijk winkels in gericht bezochte branches. Deze winkels functioneren over het algemeen solitair. Er is langs deze straten geen sprake van een samenhangend winkelgebied. Deze uitvalswegen hebben in de toekomstige winkelstructuur vooral een functie als aanloopgebied, met zowel winkels (doelgerichte branches), als overige commerciële functies.

Detailhandelsbeleid in het plangebied “Boddenkamp”

In het gebied Boddenkamp bevindt zich geen formele winkellocatie. De winkels die zich verspreid in Boddenkamp en langs de Deurningerstraat bevinden, vallen onder de noemer “verspreide bewinkeling”. Voor verspreide bewinkeling geldt een consolidatiebeleid: deze winkels blijven gehandhaafd, maar er is geen mogelijkheid tot uitbreiding.

3.3.11 Mobiliteitsplan 2004 - 2015

Het Mobiliteitsplan 2004-2015, vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede op 4 oktober 2004, geeft op hoofdlijnen aan wat de gemeente nastreeft met haar mobiliteitsbeleid. In dit beleidsplan staat weergegeven welke maatregelen nodig zijn om Enschede nu en in de toekomst bereikbaar te houden. Het Mobiliteitsplan 2004-2015 is een actualisatie van het Mobiliteitsplan 1996-2005. Op basis van het vorige Mobiliteitsplan zijn vele maatregelen getroffen. Onder invloed van veranderde maatschappelijke inzichten ten aanzien van mobiliteit is er sprake van enkele gewijzigde accenten in het geactualiseerde Mobiliteitsplan. Het hoofddoel van het Mobiliteitsplan 2004-2015 is het op peil houden van de bereikbaarheid van Enschede-West en Enschede-Centrum, beide als economische kerngebieden van Enschede, alsmede het op peil houden van de leefbaarheid in de verblijfsgebieden, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Centraal staat dat Enschede is gelegen aan de A35. Een goede doorstroming tussen deze stroomweg enerzijds en het westelijk stadsdeel en het centrum anderzijds is van groot belang. Ook de doorstroming op de singelring moet worden geoptimaliseerd. Naast investeringen in aanpassing van de auto-infrastructuur, maatregelen voor een betere benutting van bestaande infrastructuur en parkeermaatregelen, is ook het aanbieden van vervoersalternatieven voor de auto een belangrijk punt. Dit zou gerealiseerd moeten worden door het fietsroutenetwerk te vervolmaken en uit te breiden. Ook in de kwaliteit van het openbaar vervoer moet verder worden geïnvesteerd door de doorstroomassen voor "Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)" uit te breiden en onder andere in te zetten op betrouwbare actuele reizigersinformatie en tariefexperimenten. Bij al deze maatregelen moet het begrip “Ketenbenadering” in gedachten worden gehouden, waarmee wordt bedoeld dat de diverse vervoersmodaliteiten elkaar in een verplaatsingsketen waar mogelijk moeten kunnen aanvullen (bijvoorbeeld P&R voorzieningen).

De gemeente heeft ingezet op de ontwikkeling van een stelsel van HOV-assen in de vier windrichtingen als alternatief voor het autoverkeer. In het Mobiliteitsplan 2004-2015 is het stelsel van HOV-assen opgenomen als basis voor het toekomstige verkeerssysteem van Enschede. In de (nabije) toekomst zal de verkeersdruk op het gemeentelijke hoofdwegennet verder toenemen. Het HOV-netwerk betreft een stedelijke vervoersvoorziening die een alternatief biedt voor het autoverkeer: een ongehinderde en betrouwbare reistijd vanuit de wijken naar het centrum en Enschede-West en, in combinatie met P&R, vanuit de regio naar het centrum. De verwachting is dat met de ongehinderde en betrouwbare reistijd ook het aantal reizigers verder zal toenemen.

Een ander belangrijk item is de verbetering van de leefbaarheid in woonbuurten door het verlagen van de snelheid van het autoverkeer en het ontmoedigen van sluipverkeer. Hierbij mag de bereikbaarheid van bedrijven en voorzieningen in de wijken en de doorstroming op de hoofdwegenstructuur niet uit het oog worden verloren. In het mobiliteitsbeleid speelt "Duurzaam Veilig" een belangrijke rol. Volgens dit principe moet rekening worden gehouden met de feilbare weggebruiker: door een goede ruimtelijke inrichting moet verkeersveilig gedrag automatisch worden opgeroepen.

3.3.12 Duurzaamheid en Nota Nieuwe Energie Enschede

Duurzaamheid, klimaatverandering, energiebesparing zijn begrippen die volop op lokale, nationale en internationale agenda's staan. Het Kyotoprotocol uit 1997 is een belangrijke stap geweest in de mondiale bewustwording rond klimaatverandering.

Duurzaamheid heeft alles te maken met de schaarste van de hulpbronnen waarmee welvaart wordt voortgebracht. De oppervlakte van de aarde is eindig, de voorraden grondstoffen zijn eindig en de opnamecapaciteit van de atmosfeer en de omgeving zijn eindig. Maar ook een hoogopgeleide en gezonde bevolking, goed functionerende sociale netwerken, maatschappelijk vertrouwen, machines en infrastructuur, kennis, en andere voor een duurzame welvaart noodzakelijke hulpbronnen, zijn niet in onbeperkte mate aanwezig.

Vanwege de schaarste van al deze hulpbronnen is het niet vanzelfsprekend dat de huidige welvaart duurzaam is, dat wil zeggen, tot in lengte van dagen gecontinueerd kan worden. Dit maakt duurzaamheidsbeleid tot een maatschappelijke noodzaak. Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoefte van de huidige generatie zonder dat daarmee de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar worden gebracht.

Concreet betekent dit dat het handelen meer gericht moet zijn op een efficiënt gebruik van grondstoffen, dat zuiniger moet worden omgegaan met energie en biodiversiteit en dat geïnvesteerd moet worden in kennis en onderwijs, zodat technologieën kunnen worden ontwikkeld die latere generaties in staat stellen om met minimale inzet van schaarse grondstoffen en fossiele energie een aanvaardbaar welvaartsniveau te creëren. Het betekent ook dat voortdurend zorg moet worden besteed aan een verbetering van de sociale kwaliteit van de samenleving en dat geïnvesteerd moet worden in onderling vertrouwen en sociale participatie.

Duurzaamheidsbeleid

In 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede zich uitgesproken om in drie stappen naar klimaatneutraliteit in 2020 te groeien. Het jaar 2020 is hierbij als stip op de horizon van de gemeentelijke inspanningen gezet. Ook de gemeenteraad van Enschede heeft zich herhaaldelijk krachtig uitgesproken over duurzaamheid van woningen, duurzaamheid binnen projecten, energiebesparing, duurzame inkoop in de gemeentelijke organisatie en bewustwordingscampagnes.

Enschede werkt momenteel al aan een breed scala aan activiteiten op gebied van klimaatbescherming. De “strategische opgaven” fungeren hierbij als leidraad: aspecten als werkgelegenheid, partnerships, groen imago en het welzijn van de Enschedese burger worden meegewogen in de keuzes waarop we de komende jaren vooral inzetten. Daarmee grijpt de gemeente tijdens de huidige economische recessie de kansen op het gebied van werkgelegenheid en duurzame (economische) ontwikkeling aan, samen met de partners.

Op 15 september 2009 heeft de gemeenteraad van Enschede de nota “Nieuwe Energie voor Enschede” vastgesteld. Dit beleidsdocument bevat een lange termijnvisie op duurzaamheid. Een belangrijke focus ligt op energieaanpak en op de mogelijkheden om de klimaatverandering te beperken. Deze twee aspecten vormen dan ook het speerpunt van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. De visie richt zich qua doelstellingen op het nationale Klimaatakkoord. Dit betekent dat in 2020 een CO2-reductie van 30% ten opzichte van 1990 is bereikt en dat 20% van het energiegebruik in 2020 duurzaam wordt opgewekt. In de visie is een uitvoeringsprogramma beschreven om de energietransitie daadwerkelijk te realiseren met een indeling van opgaven naar thema. Het intensiveren van de energiebesparing in de bestaande woningvoorraad, zowel particulier eigendom als huurwoningen, heeft hoge prioriteit.

3.3.13 Groenstructuur Actieplan - GRAP

Het Groenstructuur-actieplan (verder: GRAP) is een door de gemeenteraad van Enschede in september 2010 vastgestelde beleidsvisie en uitvoeringskader voor de stedelijke hoofdgroenstructuur, waaraan een jaarlijks uitvoeringsbudget is verbonden. Het GRAP initieert en stimuleert de uitvoering van groenprojecten in de stad Enschede. De ambitie om het groene karakter van Enschede verder te versterken blijft uitgangspunt.

Het GRAP is gericht op aanvulling, reconstructie en vervanging van de groene hoofdstructuur van de stad, inclusief de verbinding daarvan met het buitengebied. Die hoofdstructuur bestaat uit de in het GRAP benoemde lijnvormige elementen (o.a. de radialen en de ringen), de bijzondere groengebieden (o.a. de parken), hoofdonderdelen van het wijkgroen, de stadsranden en de wiggen. De kernwaarden daarbij zijn: de gebruiksmogelijkheden voor bewoners en bezoekers, de ecologische (verbindings)waarde en de bijdrage aan de ruimtelijke identiteit en structurerende betekenis.

De visie op de groene hoofdstructuur in de stad, zoals beschreven in het GRAP 2006-2009, is op hoofdlijnen dezelfde gebleven. Ook de strategie om bij elke opgave actief te zoeken naar partners om groenprojecten te realiseren, wordt gecontinueerd. Ten opzichte van de vorige periode is er wel sprake van een verschuiving; voorheen werd met name geïnvesteerd in de singels, radialen en de stadsparken, in de komende periode wordt het accent gelegd op projecten in de wiggen, stadsranden en het groen in de wijken. De nieuwe beleidsdoelen hebben betrekking op de stadsranden en de wiggen, de Lokale Ecologische Hoofdstructuur en de realisatie van de Zonstructuur, dat wil zeggen het ontwikkelen van een groen radiaal netwerk in de stad met langzaam verkeersroutes over bestaande wegen, dat aantakt op het Rondje Enschede en eindigt in groene attractiepunten in het buitengebied. Deze nieuwe beleidsdoelen vloeien direct voort uit de Gids Buitenkans en de Herijking RO-visie.

Het GRAP geeft niet alleen een samenhangend toekomstbeeld van het openbaar groen in hoofdlijnen, maar reikt tegelijk de instrumenten aan waarmee dit kan worden bereikt. In die zin is het plan richtinggevend en kaderscheppend en is tevens een toetsingskader voor plannen op het gebied van de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling in Enschede.

3.3.14 Notitie Bomenbehoud Enschede

De bomen in Enschede bepalen in belangrijke mate de groene kwaliteit van de stad. Om deze kwaliteit in de toekomst te blijven waarborgen en te voorkomen dat beeldbepalende, monumentale en bijzondere bomen uit het stadsbeeld verdwijnen, verdienen deze bomen extra bescherming. In de notitie “Bomenbehoud Enschede”, op 9 september 2008 door burgemeester en wethouders van Enschede vastgesteld, worden de beschermingsmaatregelen ten behoeve van het bomenbehoud in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom nader uitgewerkt.

Alleen een kapvergunningenbeleid is niet voldoende om de groene kwaliteit in de stad te blijven waarborgen. Hiervoor zijn meer instrumenten nodig. Voorbeelden van aanvullende maatregelen zijn het plaatsen van beschermwaardige bomen op een bomenlijst, het markeren van de positie van de bestaande bomen in de voorbereidingsfase van de planontwikkeling en deze in het ontwerp in te passen. Een andere mogelijkheid is de bescherming van monumentale en specifieke bijzondere of waardevolle bomen in het bestemmingsplan. Ook kunnen beschermende maatregelen worden voorgeschreven in projectbestekken, indien in de nabijheid van bomen moet worden gewerkt. Als extra maatregel wordt genoemd het volgens een gestructureerde aanpak toezicht houden op de naleving, handhaven en sanctioneren, een actieve controle op illegale kap en beschadiging van bomen.

Beschermwaardige bomen

Beschermwaardige bomen zijn bomen, waarvan het beleid is om deze duurzaam in stand te houden, beeldbepalend zijn en optimaal hun functie (kunnen) vervullen. Deze bomen zijn op een bomenlijst geplaatst en zijn onder te verdelen in verschillende subcategorieën:

  • monumentale bomen; dit zijn bomen van unieke en zeer hoge waarde, de groene parels van Enschede.
  • structuur- en bijzondere, waardevolle bomen; dit zijn bomen die de openbare ruimte duidelijk ordenen, structuur en/of identiteit geven op stedelijke niveaus.
  • functionele bomen en boomgebieden; dit zijn bomen in parken (op stedelijk en buurtniveau), begraafplaatsen, landgoederen, aan te wijzen pleinen, houtsingels om industrieterreinen, bij sport- en speelgelegenheden en enkele bijzondere locaties.

Voor de bepaling of een boom monumentaal of bijzonder, waardevol is, is in de notitie een aantal criteria geformuleerd dat ook landelijk wordt gehanteerd.

In het plangebied zijn geen beschermwaardige bomen als zodanig gekwalificeerd.