direct naar inhoud van 4.2 Water
Plan: Diekman - Sport
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20093398-0004

4.2 Water

In deze waterparagraaf wordt aangegeven hoe een duurzame waterhuishouding binnen het bestemmingsplangebied en in een groter verband gerealiseerd en gewaarborgd kan worden. Hiertoe is eerst de huidige situatie van het gebied beschreven. Daarnaast is een toelichting opgenomen van de Watervisie Enschede, gericht op het gebied. Aansluitend op de huidige situatie en de watervisie zijn randvoorwaarden en aandachtspunten voor het watersysteem geformuleerd.

BELEID

Waterwet

De Waterwet moderniseert en integreert de bestaande wetgeving op het gebied van waterbeheer. Uitgangspunten van de Waterwet zijn integraal waterbeheer en de watersysteembenadering, volgens welke het waterbeheer zich niet alleen richt op het water als zodanig, maar ook op ecologische en infrastructurele aquatische systemen, met inbegrip van de bodem, de oevers en de de biologische component. Dit in wisselwerking met andere terreinen van overheidszorg als bescherming van het milieu en de zorg voor de ruimtelijke ordening.

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen, zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten.

Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem.

Watertoets

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Door water te laten infiltreren in de bodem, en te bergen op daarvoor aangewezen plekken wordt ongecontroleerde overstroming en droogteschade voorkomen.

Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die wettelijk is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In bestemmingplannen dient een beschrijving opgenomen te worden van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit van de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden haalbare doelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Vierde Nota Waterhuishouding, de Nota Ruimte en het Advies Waterbeheer 21e eeuw. In de provincie Overijssel is de in 2009 vasgestelde Omgevingsvisie richtinggevend voor waterschap en gemeenten.

Het waterschap Regge en Dinkel heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het vigerende waterbeheerplan. Diverse aspecten van het waterbeleid zijn verder uitgediept in afzonderlijke beleidsnota's. Voor het ruimtelijk relevante aandachtsgebied vasthouden en bergen van water is de "Beleidsnota Retentie" opgesteld. De uitgangspunten en wensen voor de inrichting en het beheer van beken en overige waterlopen zijn verwoord in de "Stroomgebied Actie Plannen (STAP)". Daarnaast is de Keur van het waterschap Regge en Dinkel een belangrijk kaderstellend instrument, waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

Op gemeentelijk niveau zijn de Watervisie (2002), het Gemeentelijk Rioleringsplan (2009) en het Gemeentelijk Waterplan van belang voor het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Alle plannen zijn in overleg met het waterschap Regge en Dinkel opgesteld.

Watervisie

De "Watervisie Enschede- de blauwe aders terug in de stad" is door de gemeenteraad van Enschede vastgesteld in oktober 2002. De principes vormen de basis voor de aanpak en benadering van de waterhuishouding van Enschede en zijn afgeleid uit de richtlijnen die de rijksoverheid heeft vastgesteld voor het waterbeheer in Nederland. De missie van de watervisie is het aanzetten tot het aanpakken van problemen en het grijpen van de kansen in het stedelijk waterbeheer. Ter ondersteuning van de missie zijn in de watervisie drie doelstellingen opgenomen:

  • 1. Water moet een leidende rol vervullen bij de ruimtelijke inrichting,
  • 2. Samenwerking tussen de verschillende 'waterpartners' (bijvoorbeeld het waterschap), de gemeentelijke organisatie en samenwerking tussen de gemeente en de bewoners moet bevorderd worden,
  • 3. Water moet weer in de belevingswereld van de bewoners komen.

Om de watervisie in 2030 werkelijkheid te kunnen laten zijn, moet de visie een samenhangend geheel vormen en moeten betrokken partijen intensief met elkaar samenwerken. Het geraamte van de visie bestaat uit een viertal leidende principes, die zijn afgeleid uit de richtlijnen die de rijksoverheid heeft vastgesteld voor het waterbeheer in Nederland:

  • 1. Vasthouden (infiltreren), bergen en afvoeren: regenwater dient zo min mogelijk uit het stedelijk gebied afgevoerd te worden. De achtergrond van dit principe is dat door versnelde afvoer van hemelwater stroomafwaarts problemen in de waterhuishouding ontstaan.
  • 2. Herstellen van de nierwerking: het zoveel mogelijk scheiden van schone en vuile waterstromen, waarbij het schone water mogelijkheden biedt tot (her)gebruik en het vuile water afgevoerd moet worden naar de zuivering.
  • 3. Een doelmatige waterketen: minimaliseren van de kosten van de keten, het minimaliseren van de negatieve effecten op het milieu en het vergroten van de dienstverlening naar de gebruiker van de waterketen.
  • 4. Beleving van water: door water een expliciete rol te geven in de leefomgeving van mensen, kan de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting worden vergroot.

De principes zijn vertaald naar een beeld voor het waterbeheer in 2030. De zogenaamde 'blauwe aders' (waterlopen) vormen de hoofdstructuur van het beeld. De rode lijn in nevenstaande figuur stelt de waterscheiding voor. De ader ten oosten van de waterscheiding (pijl 1), zorgt voor afvoer van hemelwater in het Dinkelsysteem. De aders ten westen zorgen voor afvoer van hemelwater in het Reggesysteem en het Twentekanaal. De zoekgebieden voor deze aders zijn voor een deel al ingevuld zoals de blauwe ader parallel aan de spoorlijn (pijl 3). Daarnaast is de planvorming voor de reconstructie van de Roombeek (deel van pijl 2) al in een vergevorderd stadium. De blauwe ader moet afwateren op het universiteitsterrein. Ook zijn evenwijdig aan de A35 voorzieningen getroffen voor het transport van oppervlaktewater. Hier kunnen zowel een ader uit Enschede-Zuid (pijl 6), als een ader uit het centrum (pijl 5) op aangesloten worden. De slagader vanuit het centrum naar de haven in het Twentekanaal (pijl 4) moet nog volledig gerealiseerd worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20093398-0004_0006.png"

Figuur 6: Blauwe Aders Enschede

Op het niveau van de wijken en percelen dient het regenwater afgekoppeld te worden. Aanvullend dient het regenwater zoveel mogelijk binnen de wijk (stedelijk gebied) geïnfiltreerd, geborgen en zichtbaar gemaakt te worden.

Gemeentelijk Riolerings Plan

In het Gemeentelijk Riolerings Plan zijn de watertaken van de gemeente vastgelegd voor de periode 2009 tot 2013. het GRP is door de gemeenteraad vastgesteld in maart 2009.

De gemeentelijke watertaken zijn:

  • 1. Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater;
  • 2. Inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht;
  • 3. Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor zover dit niet tot de zorg van het waterschap, de provincie of particulieren behoort;

met als randvoorwaarden:

  • 1. Doelmatigheid;
  • 2. Zo min mogelijk overlast voor de omgeving;
  • 3. Zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu.

Zoals al blijkt uit de doelomschrijvingen zijn de taken van de gemeente begrensd. Zij zijn beperkt tot doelmatige zorg en een deel van de taken behoort toe aan het waterschap, de provincie en particulieren. Voor particulieren is het belangrijk om te weten wat zij van de gemeente kunnen verwachten en waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn. Hieronder is aangegeven wat de taakopvatting van de gemeente is voor het afval-, hemel- en grondwater.

Taakopvatting afvalwater

De gemeente draagt zorg voor het inzamelen en transporteren van al het stedelijk afvalwater dat vrijkomt binnen het grondgebied van Enschede. Dit omvat al het huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater. Hierbij is wel vereist dat het afvalwater wordt aangeboden volgens de daaraan gestelde regels.

Concreet betekent dit dat de gemeente zorgt voor (vuilwater)riolering vanaf de erfgrens. Het afvalwater wordt door de gemeente naar de rioolwaterzuivering (r.w.z.i) getransporteerd. Het zuiveren van dit water is een taak van het Waterschap Regge en Dinkel.

Bij de zorg voor het afvalwater kan voor een alternatief worden gekozen, zoals een IBA (individuele behandeling afvalwater). Verder zijn er enkele gebieden waar de gemeente is vrijgesteld van de rioleringszorg. Hier hebben bewoners zelf hun afvalwaterlozing gesaneerd, meestal met een IBA.

Taakopvatting hemelwater

De gemeente zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht dat zij het hemelwater zelf verwerken. De doelmatigheid en redelijkheid is afhankelijk van:

  • a. het soort gebied (stedelijk versus landelijk);
  • b. de bestaande situatie (bestaande wijken versus in-/uitbreidingen en herinrichtingen);
  • c. de grootte van de percelen;
  • d. de mogelijkheden voor infiltratie (bodemgesteldheid);
  • e. de mogelijkheden voor afvoer naar oppervlaktewater;het stelseltype van de bestaande riolering (vuilwater-, gemengde of gescheiden riolering);
  • f. de bestaande situatie en de termijn waarbinnen de afvoersituatie kan worden aangepast.

Afkoppelen

De gemeente ziet het tevens als haar taak om het inzamelen en verwerken van hemelwater los te koppelen van het afvalwater. Dit wordt aangeduid met de term afkoppelen, ofwel: de hemelwateraansluitingen van de (vuilwater)riolering afhalen.

Taken voor particulieren

Waar de gemeente niet voor het hemelwater zorgt, moeten particulieren dit zelf doen. Dit zal worden vastgelegd in een gemeentelijke "hemelwaterverordening". Daarin wordt ook aangegeven wanneer en hoe particulieren verplicht zijn om af te koppelen of het hemelwater op een bepaalde manier aan te sluiten.

Taakopvatting grondwater

De zorgtaak voor grondwater is in de wet omschreven als: "zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort".

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied is een kleine 6 ha groot en ligt ten zuiden van de J.J. van Deinselaan ter hoogte van de Dr. Johan Wagenaarstraat.

Maaiveld

Het globale maaiveldverloop is weergegeven in figuur 7.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20093398-0004_0007.jpg"

Figuur 7: Maaiveldverloop [bron: AHN]

Bodem en geohydrologie

[bron:Diekman sport [Verkennend bodem-, asbest en geohydrologisch onderzoek Diekman-sport te Enschede d.d. 25 januari 2008 met kenmerk R001-452620LHU-cmn-V01-NL, Tauw]

De doorlatendheid van de bodem in de onverzadigde zone varieert van 0,2 tot 2 m/dag, de gemiddeld hoge grondwaterstand (GHG) ligt op -0,9 m NAP. Boven- en ondergrondse infiltratievoorzieningen zijn mogelijk. In verband met storende leemlagen wordt geadviseerd kleine infiltratievoorzieningen te voorkomen of met elkar te verbinden en de voorzieningen zo te dimensioneren dat de volledige bergingseis in de voorzieningen kan worden geborgen.

Grondwaterstanden

In en om het plangebied staan 11 peilbuizen van de gemeente.

Het verloop van de gemiddeld hoge (GHG) en gemiddeld lage (GLG) tot 2010 zijn in tabel 1 weergegeven.

Peilbuis   m.v.   GHG
mNAP [m –mv]  
GLG
mNAP [m –mv]  
jaren  
696A   +50,08   48,60 [-1,48]   47,10 [-2,98]   14  
701A   46,07   44,92 [-1,15]   43,52 [-2,55]   18  
714A   47,61   46,41 [-1,2]   44,72 [-2,89]   22  
763A   40,72   39,48 [-1,24]   38,99 [-2,55]   17  
909A   51,04   49,10 [-1,94]   47,18 [-3,86]   5  
911A1   44,72   32,30 [-12,42]   31,91 [-12,81]   4  
912A   42,64   41,48 [-1,16]   40,80 [-1,84]   4  
913A   41,53   40,38 [-1,15]   39,28 [-2,25]   7  
914A   40,79   39,08 [-1,71]   38,46 [-2,33]   4  
917A   39,00   38,23 [-0,77]   37,43 [-1,57]   7  
918A   39,42   37,40 [-2,02]   36,62 [-2,8]   7  

Tabel 1: indicatie GHG en GLG [bron: meetnet gemeente Enschede]

De grondwaterstanden varieren in het algemeen tussen 1 meter en ruim 2 meter onder het maaiveld. De grondwaterstroming is van oost naar west. In het plangebied zijn geen grondwateronttrekkingen aanwezig.

Riolering en afwatering

Het schema van de riolering staat in figuur 8.

Afvalwater

Het afvalwater wordt via het riool in de Weth. Beverstraat onder vrij verval afgevoerd naar de het hoofdriool in De Zuiderval ten westen van het plangebied. Er zijn geen rioolgemalen aanwezig.

Regenwater

Het regenwater van binnen het plangebied voert af nar het gemengd riool. Het hemelwaterriool aan de zuidkant van het plangebied voerde het hemelwater van het oude stadion af naar de Kuipersdijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20093398-0004_0008.jpg"

Figuur 8: Rioleringskaart

Blauwe ader (oppervlaktewater)

De Willemsbeek, net ten zuiden van het plangebied is een van de blauwe aders in Enschede, die er voor zorgt dat water zichtbaar door Enschede stroomt. De beek loopt vanaf de oostkant van het plangebied, (voeding met water vanaf de stuwwal (grondwater en hemelwater) door tot voorbij de westkant van het pangebied, (voeding met overtollig hemelwater van Diekman wonen en hemelwater vanaf Kotmanplaats). De Willemsbeek is daarmee een zeer belangrijke beek in het watersysteem.

De Willemsbeek begint bij de Sportlaan en loopt vervolgens deels langs (noordzijde) en deels door het plangebied. Ter hoogte van de Kuipersdijk komt de Willemsbeek uit in een duiker die het water afvoert naar de bermsloot ten noorden van Rijksweg 35.

GEPROJECTEERDE SITUATIE

Het bruto oppervlak van het plangebied Diekman Sport plein bedraagt ca. 3,8 ha. 3,5 ha is daarvan verhard. Het terrein kent nog wel verschillende hoogtes. Niet alle theoretisch af te koppelende gebouwen kunnen qua hoogteligging naar het plein worden afgewaterd. Inzicht in de bestaande hoogtes levert op dat:

  • g. het pand 232 m² wel op het groenvlak tussen Van Deinselaan + het parkeerterrein kan afwateren;
  • h. de panden 187m², 483m² en 1.315 m² niet op de infiltratievoorzieningen aangesloten kunnen worden.

Binnen het plein worden groenstroken gerealiseerd die een bergingscapaciteit hebben van minimaal 233 m3. Dit is berekend op basis van de profielen van de verlaagde groenstroken, te weten een totaal oppervlakte van 930 m² maal een diepte van 0,25 m. Voor het functioneren van de groenstrook als opvang van water dient in de groenstrook een "grindkoffer" te worden geplaatst rondom het plantgatmengsel waar de bomen in komen te staan. Onder deze grindkoffer komt een drain om het water, dat niet infiltreert naar de omgeving, gecontroleerd af te voeren. Daarnaast is er ruimte voor berging in het groene voorplein ten noorden van het plein (oppervlakte 1990 m²) waarin ca. 299 m3 geborgen kan worden.

Bij een aantal gebouwen zal in een aangrenzende groenstrook water opgevangen worden, in totaal gaat het hier om 200 m3. De groenstrook langs de gebouwen dienen in zand met een drain en enigszins verlaagd (5-10 cm) aangelegd dient te worden. De groenstroken in het plein bieden voldoende bergingscapaciteit voor enkel het verhard oppervlak van het plein zelf. De wens om de omliggende gebouwen kan opgelost worden door het benutten van het voorplein (1.990 m²) en het inzetten van de groenstroken rondom de gebouwen (benodigd ca. 1.500 m²).

In het Gemeentelijke RioleringsPlan (GRP) van de gemeente Enschede staat dat bij stedelijke inbreidingsplannen een bergingseis geldt van 20 mm binnen het plangebied. Voor stedelijke uitbreidingsplannen is deze eis zwaarder: 40 mm berging binnen het plangebied. Door de groenstroken binnen het plein verlaagd aan te leggen kan deze functioneren als wateropvang. Hemelwater wordt in dit geval vastgehouden en gedeeltelijk via infiltratie en gedeeltelijk afgevoerd worden via drainage.

Het hemelwater zal uiteindelijk vertraagd afvoeren naar de Willemsbeek ten zuiden van het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20093398-0004_0009.jpg"

Figuur 9: geprojecteerde situatie

RANDVOORWAARDEN BIJ NIEUWE ONTWIKKELINGEN

  • a. Geen toepassing van uitlogende bouwmaterialen, wanneer deze in contact (kunnen) komen met hemelwater (bijvoorbeeld zink, koper en bitumen voor goten en dakbedekking);
  • b. Grondwaterneutraal bouwen: dit betekent dat het grondwater in de nieuwe situatie niet permanent verlaagd of verhoogd mag worden. Tijdens de ontwikkeling van het gebied (aanleg wegen, gebouwen), mag het grondwater tijdelijk verlaagd worden (melding of vergunningaanvraag bij provincie);
  • c. (Parkeer)kelders waterdicht maken;
  • d. Waterberging aanleggen op het laagste punt binnen het plangebied;
  • e. Verdiepen van waterlichamen zoals waterlopen en vijvers mag de grondwaterstanden, in overleg met gemeente, aantoonbaar niet negatief beinvloeden;
  • f. Met bouwen beginnen als de wateropgave geregeld is.
  • g. Systeemkeuze afwatering en benodigde bergings- en infiltratievoorzieningen conform vigerend GRP;
  • h. Bovengronds en zichtbaar aanleveren van hemelwater op de perceelgrenzen.

CONCLUSIE

Ten aanzien van het aspect dient met de genoemde randvoorwaarden rekening gehouden te worden in de verdere planvorming. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is hiermee voor het aspect 'water' voldoende aangetoond.