direct naar inhoud van 3.2 Provinciaal en regionaal beleid
Plan: Diekman - Sport
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20093398-0004

3.2 Provinciaal en regionaal beleid

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel komt vooral tot uitdrukking in de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsvisie Overijssel. Voorzover dit relevant wordt geacht, wordt in deze paragraaf ingegaan op het provinciale ruimtelijke beleid, zoals dat in de Omgevingsvisie tot uitdrukking komt.

3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel hebben op 1 juli 2009 de Omgevingsvisie Overijssel vastgesteld. Deze visie verwoordt de beleidsambities en doelstellingen die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit zijn de rode draden. De Omgevingsvisie biedt kaders en geeft daarbinnen ruimte voor gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.

De Omgevingsvisie heeft de status van:

  • Structuurvisie onder de (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening
  • Regionaal Waterplan onder de (nieuwe) Waterwet (en Provinciaal Waterhuishoudingsplan onder de Wet op de waterhuishouding tot de inwerkingtreding van de Waterwet)
  • Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer
  • Provinciaal verkeer- en vervoersplan onder de Planwet Verkeer en Vervoer
  • Bodemvisie in kader van ILG-afspraak met het Rijk

Aan de Omgevingsvisie is een uitvoeringsprogramma gekoppeld, dat op grond van de Wet ruimtelijke ordening voor de status van structuurvisie in elk geval verplicht is. De instrumenten die worden ingezet om de beleidsambities te realiseren zijn:

  • visievorming: de Omgevingsvisie zelf, kennis verwerven en delen;
  • waarborg: de Omgevingsverordening;
  • realisatie: (prestatie-)afspaken, gebiedsontwikkeling en uitvoeringsprojecten, subsidies en fondsen.

Voor elk beleidsthema wordt het provinciaal belang samengevat in een beleidsambitie en enkele bijbehorende doelstellingen voor de fysieke leefomgeving en tevens wordt aangegeven welke instrumenten en acties worden ingezet.

De centrale beleidsambitie voor de Omgevingsvisie Overijssel is toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden. Met deze hoofdambitie wordt tot uitdrukking gebracht dat de provincie Overijssel voorbereid wil zijn op de toekomst door te voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voortoekomstige generaties in gevaar te brengen (duurzaamheid). De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving verbeteren, met het oog op een goed vestigingsklimaat, een goede woonomgeving en een fraai buitengebied.

In het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie vindt sturing plaats op duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Op provinciaal niveau worden randvoorwaarden gesteld vanuit het perspectief van kwaliteit en duurzaamheid (bijv. goede inpassing, benutten cultureel erfgoed, analyse en onderbouwing van behoefte aan woningen en bedrijfslocaties etc.). De rode draden (duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit) zijn in de Omgevingsvisie zowel gebiedsgericht als per beleidsthema nader ingevuld. Het gebiedsgerichte deel bestaat uit ontwikkelingsperspectieven, die richtinggevend zijn voor de ruimtelijk functionele ontwikkelrichting voor de verschillende gebieden in de provincie. Voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn drie onderdelen in het bijzonder van belang in de Omgevingsvisie, namelijk:

1. Generieke beleidskeuzes

Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In de Omgevingsvisie is onder meer aangegeven dat woningbouw zich primair moet ontwikkelen in bebouwd gebied of in aansluiting op de kernen. Bij het realiseren van de woningbouwopgave wil de provincie Overijssel de ruimte zuinig en zorgvuldig benutten. Dit betekent dat voor woningbouw (en ook voor bedrijfslocaties en voorzieningen) de zogeheten SER-ladder wordt gehanteerd. Deze houdt in dat de woningbouwopgave eerst door herstructurering, transformatie of inbreiding moet worden gerealiseerd.

De provincie zet daarnaast in op het behouden en versterken van de leefbaarheid in steden en dorpen door te sturen op de concentratie van voorzieningen en stimuleren van herstructurering. Hierbij is de kwaliteit van de openbare ruimte (voldoende groen, speelvoorzieningen etc.) een belangrijk aandachtspunt.

2. De ontwikkelingsperspectieven

Ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Op de bijbehorende beleidsperspectievenkaart ligt het plangebied in bestaande bebouwing met aan de zuidzijde van het plangebied een beekdal gelegen.

3. Gebiedskenmerken

De in de omgevingsvisie beschreven gebiedskenmerken geven inzicht in de kenmerken van verschillende gebieden en wat in die gebiedskenmerken van provinciaal belang is voor hoe een ontwikkeling invulling krijgt. De kwaliteits-opgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke inpassing, infrastructuur, milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Natuurlijke laag - Beekdalen en natte laagtes

De beekdalen en natte laagtes zijn belangrijke ruimtelijke en functionele dragers van de zandgebieden. De beken voeren het water af naar lager gelegen delen maar vormen ook belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Samenhang en dynamiek zijn belangrijk voor het functioneren van het watersysteem.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap

Het plangebied is niet gelegen in één van de categorieën van de cultuurlandschappelijke laag.

Stedelijke laag

Het plangebied is gelegen in de categorie 'woonwijken 1955-nu' van de stedelijke laag. De woonwijken van na 1955 zijn grotendeels planmatig ontworpen en gerealiseerd. Dat heeft geleid tot een per wijk kenmerkende hoofdstructuur met eigen aard, maat en karakter (patroon van o.a. hoofdroutes en wegen, wooneenheden en parken en groenstructuur). Functies zijn meestal ruimtelijk van elkaar gescheiden.

Lust en leisurelaag

Het plangebied is niet gelegen in één van de categorieën van de lust en leisurelaag.

3.2.2 Agenda van Twente

De Agenda van Twente is een door de Regio Twente vastgesteld ontwikkelingsprogramma met een looptijd van circa tien jaar dat door de regio in samenwerking met de provincie Overijssel en de Twentse gemeenten wordt uitgevoerd. De Agenda van Twente bundelt regionale beleidsvisies, zoals het Regionaal Economisch Ontwikkelingsplan, het Regionaal Mobiliteitsplan en het Bestuurlijk Manifest "Wij zijn Twente", en projecten. Met de Agenda van Twente wordt beoogd de Twentse ambities op sociaaleconomisch en ruimtelijk terrein gezamenlijk te realiseren met als uiteindelijk doel een productief en welvarend Twente tot stand te brengen, waar het prettig wonen, werken en recreëren is. De ambities zijn vertaald in concrete doelstellingen, die moeten worden gerealiseerd op basis van een viertal programma's, zijnde:

  • Mensen in Twente, gericht op het welbevinden van mensen;
  • Werken in Twente, gericht op het versterken van duurzame werkgelegenheid;
  • Twente langs alle wegen, gericht op betere bereikbaarheid en mobiliteit;
  • Landgoed Twente, gericht op een betere benutting van landschappelijke kwaliteit, een goede ruimtelijke ordening, een aantrekkelijk woonklimaat en investeren in recreatie en toerisme.

De programma's bestaan uit projecten en een financieringsstrategie.