direct naar inhoud van 6.4 Specifieke planaspecten
Plan: Boeldershoek 2009
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20092736-0004

6.4 Specifieke planaspecten

Waarborging landschappelijke inpassing bebouwing en stort

De visuele afscherming en landschappelijke inpassing van de Boeldershoek verdient een bijzondere aandacht in het bestemmingsplan. Deze aspecten zijn in het plan vastgelegd door middel van specifieke regelingen met bijbehorende profielen.

De borging bestaat uit de volgende onderdelen:

  • een maximum bouwhoogte voor bouwwerken;
  • de bevoegdheid voor het bevoegde gezag om bij een omgevingsvergunning een nadere eis te stellen dat, eenvoudig gezegd, een bouwwerk in bepaalde situaties aan het zicht onttrokken moet zijn;
  • drie gebruiksregels ten behoeve van de overeengekomen inpassing van afvaldepots en stortheuvels.

Opgemerkt wordt dat een nadere eis zoals hiervoor bedoeld alleen gesteld kan worden aan (vergunningplichtige) bouwwerken en aan werken, geen bouwwerken zijnde zoals afvaldepots en stortheuvels.

Het bestemmingsplan legt vast dat nieuw op te richten bebouwing vanaf de oost- en zuidzijde visueel afgeschermd dient te worden door bijvoorbeeld een stortlob of grondwal. Dit is juridisch vastgelegd door de plankaart uit te breiden met een aantal bindende dwarsprofielen (zie afbeelding 6.2). De hellingen van de stortlobben mogen maximaal 1:3 steil zijn en ze mogen een maximale hoogte hebben van 40 meter. Deze gegevens bepalen samen de hoogte van de nieuw op te richten bebouwing.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20092736-0004_0020.jpg"

Afbeelding 6.2 Voorbeeld dwarsprofiel

Waarborging bodemdalingprotocol

Als gevolg van de zoutwinning door AkzoNobel in dit gebied is er kans op bodemdalingen vanwege de aanwezigheid van zogeheten cavernes. Om de gevolgen van bodemdalingen te beperken hebben Burgemeester en wethouders van Enschede en Hengelo een protocol opgesteld als procedurerichtlijn bij het verlenen van omgevingsvergunningen alsmede afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden. Dit protocol is opgenomen in Protocol bodemdaling van de toelichting. Het protocol bevat een concept-bestemmingsregeling. Deze regeling is, met enige aanpassingen, verwerkt in de bij dit plan behorende regels.

De essentie van de concept-regeling is dat voor alle te bouwen gebouwen binnen het bouwvlak een afwijking noodzakelijk is. In het kader van iedere afwijking is daarbij een uitgebreide bestuurlijke adviesprocedure vereist, inclusief een advisering door Staatstoezicht op de Mijnen. Een afwijking is dus altijd noodzakelijk, ongeacht de omvang en functie van het gebouw en de bouwlocatie.