direct naar inhoud van 5.7 Luchtkwaliteit
Plan: Boeldershoek 2009
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20092736-0004

5.7 Luchtkwaliteit

Ten behoeve van het bestemmingsplan Boeldershoek heeft PRA Odournet BV een luchtkwaliteitonderzoek7uitgevoerd (Geur- en Luchtkwaliteitonderzoek bestemmingsplan Boeldershoek).

Wettelijk kader

Op 15 november 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van de nieuwe regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet Milieubeheer. Daarmee zijn het Besluit luchtkwaliteit (Blk 2005) en de Regeling saldering luchtkwaliteit, het Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit 2005 en de Meetregeling luchtkwaliteit vervallen.

Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien:

  • er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;
  • een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
  • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend.

De regelgeving behorend bij de Wet Luchtkwaliteit is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en Ministeriële Regelingen. Zo zijn inmiddels de volgende besluiten en regelingen in werking getreden:

  • het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
  • de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
  • de Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007;
  • de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007;
  • het Besluit gevoelige bestemmingen.

Verder is in de nieuwe wetgeving het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geïntroduceerd. Het NSL bevat afspraken om op nationaal, provinciaal en plaatselijk niveau de gestelde luchtkwaliteitseisen te halen. De maatregelen hierbij zijn gericht op het halen van de grenswaarden voor PM10 uiterlijk medio 2011 en voor NO2 uiterlijk 1 januari 2015. Kenmerk van de maatregelen, die het NSL bevat, is het ervoor zorgen dat de huidige overschrijdingen worden opgelost en de negatieve effecten van geplande ruimtelijke ontwikkelingen worden gecompenseerd.

Onderzoek

De situatie, zoals beschreven en berekend in het onderzoek voor de één-inrichtingvergunning, kan gezien worden als autonome ontwikkeling. Naast de autonome ontwikkeling is tevens de situatie in beeld gebracht, waarbij uitgegaan wordt van de reële inrichtingsvariant als gevolg van de toe te laten activiteiten (volledige realisatie).

Voor de bestaande bronnen is een toename van 10% verondersteld, als gevolg van een toename in capaciteit van de bestaande activiteiten. Daarnaast zijn op de zuidzijde en op de noordoostzijde van het bestemmingsplan enkele bronnen verondersteld, waarbij de emissie is berekend op basis van de gemiddelde emissie voor een bedrijf in milieucategorie 1-3. Als zichtjaren is gekozen voor 2009, 2010 en 2019.

De gehanteerde onderzoeksvariant gaat, als gezegd, uit van een meer ontwikkelingsgericht bestemmingsplan, hetgeen tot uitdrukking komt in de aannames:

  • autonome ontwikkeling met 10% uitbreiding;
  • reële inrichtingsvariant (volledige realisatie) op basis van uitgebreide bedrijvenlijst ontwerp-bestemmingsplan;
  • enkele nieuwe veronderstelde bronnen categorie 1-3.

Hoewel het bestemmingsplan ook bedrijven in categorie 4 toestaat, betreft dit voornamelijk bestaande activiteiten. Nu verder nieuwe activiteiten grotendeels zijn uitgesloten is het, vooral gelet op de aanname van de volledige realisatie, aanvaardbaar te veronderstellen dat de conclusie van het onderzoek overeind blijft voor het vast te stellen bestemmingsplan.

Uit de verspreidingsberekeningen komt naar voren dat in alle situaties kan worden voldaan aan de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide uit de Wet luchtkwaliteit. De immissieconcentratie neemt in de reële variant wel toe ten opzichte van de autonome situatie als gevolg van de verhoogde bronemissies, maar dit leidt niet tot overschrijdingen van de grenswaarden.

De hoogste immissieconcentraties ter plaatse van de woningen worden gevonden ten noorden en oosten van de inrichting. De hoogste immissieconcentratie ter plaatse van de wegen worden gevonden aan de westzijde van de kop van het bestemmingsplan.

Het onderzoek is akkoord bevonden. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit liggen er geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.