direct naar inhoud van 2.4 Regionaal beleid
Plan: Boeldershoek 2009
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20092736-0004

2.4 Regionaal beleid

Regionaal Mobiliteitsplan Twente 2007-2011

In het regionale mobiliteitsplan voor Twente staat beschreven hoe Twente in de komende jaren wil werken aan een betere bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid.

Het Regionaal Mobiliteitsplan Twente heeft de volgende doelen:

  • het waarborgen van de huidige kwaliteit van interne en externe bereikbaarheid voor personen en goederen van sociale, economische en andere maatschappelijke activiteiten in zowel het stedelijk als het landelijk gebied, alsmede het benutten van kansen voor verbetering van de bereikbaarheid;
  • het verbeteren van het leefbaarheidsniveau in de hele regio door de totale hoeveelheid schadelijke effecten van het verkeer op het leefmilieu en de natuur te beperken;
  • het verhogen van de verkeersveiligheid door het verminderen van het totaal aantal verkeersdoden en -gewonden.

Regio Twente zet in op het optimaal benutten van de bestaande infrastructuur. Hierdoor wordt het ruimtebeslag beperkt en kan het groene karakter van de regio behouden blijven.

In het verkeers- en vervoersbeleid van de regio Twente hebben de A1 en de A35 een hoge prioriteit (nummer 1). De Diamantstraat heeft prioriteit nummer 4 en de Boekeloseweg heeft prioriteit nummer 5. De Laan Hart van Zuid behoort tot de opgave om bestaande infrastructuur optimaal te benutten. Het wordt tevens gekenmerkt als uitvoeringsactie voor wegverkeer.

Waterbeheerplan 2010 - 2015

Het waterschap Regge en Dinkel heeft het waterbeleid uitgewerkt in het waterbeheerplan. Daarnaast zijn de nota's 'aankoppelen / niet afkoppelen' en 'actualisatie rioleringsbeleid' opgesteld, die richtlijnen geven voor de omgang met water in bebouwd gebied.

Uitgangspunten van deze nota's zijn:

  • het hemelwater wordt zo min mogelijk verontreinigd en komt ten goede aan het lokale oppervlakte- of grondwatersysteem;
  • oppervlakken van 'wegen op industrieterreinen of bedrijfsterreinen' worden alleen als een te groot risico gezien als daar concrete aanleiding voor is;
  • er moet naar gestreefd worden om zo weinig mogelijk, licht verontreinigd regenwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie af te voeren;
  • gedoseerd afvoeren op oppervlaktewater;
  • geen toename van de piekafvoer in de bekensystemen als gevolg van (her)inrichting;
  • bij aanleg van nieuwe verharding ruimte realiseren voor 40 mm berging van hemelwater;
  • bij inbreidingslocaties waarbij het nieuwe verhard oppervlak voorheen ook verhard was geldt de vuistregel 20 mm berging bij grote inbreidingslocaties, 10 mm bij kleinere plannen.

Dit leidt tot de volgende mogelijkheden voor stelsels op een industrieterrein:

  • een standaard verbeterd gescheiden stelsel voor echt verontreinigde oppervlakken;
  • een gemodificeerd verbeterd gescheiden stelsel voor alle vormen van verhard oppervlak (daken, wegen en bedrijfsterrein) als er geen sprake is van concrete ernstige vervuiling;
  • een afvoer van het hemelwater via bodempassage. Eveneens als er geen sprake is van concrete ernstige vervuiling. Zichtbare afvoer heeft de sterke voorkeur. In ieder geval moet de uitmonding van de aanvoer in de voorziening voor bodempassage zichtbaar zijn.

Diverse aspecten van het waterbeleid zijn verder uitgediept in afzonderlijke beleidsnota's. Voor het ruimtelijk relevante aandachtsgebied vasthouden en bergen van water is de “Beleidsnota Retentie” opgesteld. De uitgangspunten en wensen voor de inrichting en het beheer van beken en overige waterlopen zijn verwoord in de “Stroomgebied Actie Plannen (STAP)”. Daarnaast is de Keur van het waterschap Regge en Dinkel een belangrijk kaderstellend instrument, waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

Visie herinrichting Strootbeek

Het waterschap Regge en Dinkel heeft een visie opgesteld voor de herinrichting van de Strootbeek ten noorden van de Boeldershoek. In de visie moet het water beleefbaar worden, natuur en water moeten de ruimte krijgen, cultuurhistorische waarden en bijpassend grondgebruik dient gestimuleerd te worden en het gebied rondom de beek moet toegankelijk zijn voor fietsers en wandelaars.