direct naar inhoud van 4.3 Archeologie
Plan: Ribbelt Stokhorst 2011
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20091662-0002

4.3 Archeologie

In 1992 ondertekenden 20 Europese staten, waaronder Nederland, het Verdrag van Malta of - zoals het officieel heet - het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed. Het verdrag werd in 1998 door een goedkeuringswet bekrachtigd maar is pas recentelijk in nieuwe wetgeving vertaald (Wet op de Archeologische Monumentenzorg). Het verdrag kent de volgende uitgangspunten:

  • Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren;
  • Vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie;
  • Bodemverstoorders betalen archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen.

Dat er veelal al voor de inwerkingtreding van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (nu integraal opgenomen in de Monumentenwet) gewerkt wordt in de geest van het Verdrag van Malta komt mede doordat veel provincies hieromtrent beleid hebben geformuleerd. Met betrekking tot het nieuwe archeologische bestel heeft de provincie een toetsende en kaderstellende rol. De provincie Overijssel heeft in de nota "Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen" hierover aangegeven dat vanaf het begin van de planvorming rekening moet worden gehouden met cultuurhistorische waarden, waar de archeologische waarden nadrukkelijk deel van uit maken. Archeologische en cultuurhistorische elementen worden in een vroeg stadium van de ruimtelijke planvorming meegenomen. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met aardkundige waarden. De nieuwe archeologische wetgeving, zoals vastgelegd in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, legt de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed bij gemeenten en bepaalt dat archeologie voortaan binnen het instrumentarium van de ruimtelijke ordening dient te worden meegewogen. De kern van de nieuwe wetgeving is als volgt:

  • Het Rijk blijft verantwoordelijk voor de afgifte van monumentenvergunningen en voor de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten;
  • De provincie kan archeologische attentiegebieden aanwijzen die moeten worden opgenomen in een bestemmingsplan van een gemeente en kan verplichtingen opleggen bij ontgrondingen;
  • De gemeente kan archeologische verplichtingen verbinden aan bouw-, sloop- en aanlegvergunningen;
  • De nieuwe regels gelden alleen bij nieuwe bestemmingsplannen alsmede bij wijzigingen en ontheffingen van bestaande bestemmingsplannen.

De gemeente heeft ten aanzien van het omgaan met archeologie een substantiële inhoudelijke beleidsruimte toegewezen gekregen om belangenafwegingen te maken. De nieuwe wet impliceert voor gemeenten het volgende:

  • Voor alle bodemverstoringen binnen de archeologische contouren op de bestemmingsplankaarten geldt een vergunningstelsel;
  • De vergunningaanvrager is financieel en operationeel verantwoordelijk;
  • De gemeente stelt de eisen en handhaaft ze.

Archeologiebeleid gemeente Enschede

Op 28 januari 2008 is door de gemeenteraad van Enschede het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Hierin is opgenomen hoe Enschede vorm geeft aan "het rekening houden met archeologie". Op basis van het beleid dient archeologie op een dusdanig vroeg tijdstip te worden betrokken bij planontwikkelingen en/of aanvragen voor bouw-, sloop- of aanlegvergunningen dat de risico's voorafgaand aan de werkzaamheden in kaart kunnen worden gebracht. Hierbij is het van belang dat inzicht bestaat in de archeologische verwachtingswaarde en de trefkans dat waardevolle archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Daarbij geldt dat de geologie, de geomorfologie en de aard van de bodem zeer bepalend zijn voor de archeologische verwachtingswaarde. Gesteld kan worden dat tot de Middeleeuwen nederzettingen meestal gelegen waren op hooggelegen gronden (stroomruggen en oeverwallen). In de Middeleeuwen en daarna heeft zich op een deel van deze gronden een esdek gevormd. In deze hoger gelegen gebieden zijn resten van nederzettingen uit diverse periodes te verwachten. Op basis van kennis over het hiervoor genoemde kan een indicatie worden gegeven over hoe groot de kans is dat ergens waardevolle zaken in de bodem aanwezig zijn. Deze indicaties staan op de Algemene Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Enschede aangegeven. De Algemene Archeologische Verwachtingskaart is opgebouwd uit aparte verwachtingskaarten voor de periode waarin de mensen als jagers en verzamelaars leefden en voor de periode waarin mensen sedentair gingen leven als landbouwers. Daarnaast zijn ontgrondingsgegevens en historische elementen, zoals hoeven, molens en landweren, toegevoegd.

Archeologie en het plangebied "Ribbelt Stokhorst 2011"

Gesteld kan worden dat tot de middeleeuwen nederzettingen meestal gelegen waren op de hooggelegen gronden (stroomruggen en oeverwallen). In de middeleeuwen en daarna heeft zich op een deel van deze gronden een esdek gevormd. Op deze hoger gelegen gebieden zijn resten van nederzettingen uit diverse periodes te verwachten. De geologie, de geomorfologie en de aard van de bodem zijn zeer bepalend voor de archeologische verwachtingswaarde en de trefkans dat waardevolle archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn.

Het plangebied “Ribbelt - Stokhorst” ligt in de “Noorder Eschmarke” op de hoger gelegen stuwwal. In 1846 was het gebied in gebruik in het zuidelijk deel vooral in gebruik als bouwland. Het noordelijk deel was gedeeltelijk nog woeste grond en gedeeltelijk bouwland en grasland. De bodem bestaat uit afwisselend enkeerd, veldpodzol, beekeerd en keileem. Het Ribbelt is bebouwd in de periode 1901 – 1945. Stokhorst en een klein gebied rechts van het Ribbelt is gebouwd in de periode 1945 -1965 en de wijk Park Stokhorst in de periode 1965 – 2000. In de periode voor 1950 gingen de fundamenten niet veel dieper dan 50 tot 60 cm. In de onbebouwde delen en onder de bebouwing kunnen in de ongestoorde bodem archeologische waarden aanwezig zijn. In het noordelijk deel zijn enkele locaties met bodemverstoringen door egalisaties, afgravingen of vergravingen.

Deze indicaties staan op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Enschede.

Uit de Archeologische Verwachtingskaart van de Gemeente Enschede blijkt dat het gebied “Ribbelt - Stokhorst” een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde heeft. Dit zijn de zogenaamde “archeologische onderzoeksgebieden”. In het gebied worden restanten verwacht van diverse verdwenen oude erven: Kotkamp, Pol, Wolterdinghoff, Elshof, Lutje Welding, Welding, Folberting, Colthof, Ribbelt, Kolthof, Varenveld. In de uiterste rechter hoek bij de Noord Eschmarkerrondweg zijn nog restanten te verwachten van een landweer.

Doordat het bestemmingsplan overwegend consoliderend van aard is en het gebied voor het merendeel bebouwd is, worden deze archeologische onderzoeksgebieden vooralsnog niet op de plankaart weergegeven. In het plangebied bevinden zich geen archeologische monumenten en waardevolle archeologische terreinen, waarvoor een bescherming via het bestemmingsplan noodzakelijk is.

Mochten in het gebied bij activiteiten met bodemverstoring toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt op grond van de monumentenwet de meldingsplicht bij de gemeente. Het archeologische onderzoeksproces treedt dan alsnog in werking.