direct naar inhoud van 4.2 Waterhuishouding
Plan: Ribbelt Stokhorst 2011
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20091662-0002

4.2 Waterhuishouding

In de waterparagraaf wordt aangegeven hoe een duurzaam watersysteem binnen het bestemmingsplangebied Ribbelt-Stokhorst en in een groter verband gewaarborgd en ontwikkeld kan worden. Hiertoe wordt eerst de huidige situatie van het gebied beschreven. Daarnaast is een toelichting opgenomen van de Watervisie Enschede, gericht op het gebied. Aansluitend op de huidige situatie en de watervisie zijn randvoorwaarden en aandachtspunten voor het watersysteem geformuleerd.

Huidige situatie

Hoogte

De wijk Ribbelt-Stokhorst ligt ten noordoosten van het centrum van Enschede, op de top van de Enschedese stuwwal. Door de ligging op de top van de stuwwal is de variatie in maaiveldhoogte aanzienlijk. Het plangebied loopt van meer dan 60 m +NAP in het noordoosten af naar plusminus 45 m +NAP in het westen en circa 55 m +NAP in het oosten (figuur 1).

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20091662-0002_0026.jpg" afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20091662-0002_0027.jpg"

Figuur 1 Links hoogtekaart en rechts de ligging van het gebied ten opzichte van het centrum van Enschede

(rood = schematische weergave plangebied)

Bodem

In de zuidelijke helft van de wijk wordt de bodemopbouw bepaald door de formatie van Drente. Kenmerkend voor deze formatie is de aanwezigheid van grondmorene, meestal keileem, grindhoudend lemig zand en leem, met stenen en blokken. Deze laag is slecht waterdoorlatend.

In de noordelijke helft komen aan de oppervlakte hoofdzakelijk Tertiaire formaties voor, gekenmerkt door slecht doorlatende zware kleilagen en aan de top fijnzandige klei.

Grondwater

In 1991 zijn voor een onderzoek naar grondwateroverlast de grondwaterstanden van de gemeente Enschede in kaart gebracht. Met behulp van interpolatie is een groot deel van de gemeente ingedeeld in grondwaterstandcategorieën

Het grootste deel van het plangebied kent grondwaterstanden variërend van 0,65 tot 2,0 meter onder maaiveld. De aangegeven grondwaterstanden kunnen twee maal per jaar gedurende 14 dagen overschreden worden.

In het centrum en het westen van het gebied komen echter gebieden voor met een grondwaterstand die hoger ligt dan 0,65 meter onder maaiveld. Met name in de noordwest-rand van het plangebied treedt lokaal grondwateroverlast op (naar Haskoning, 2002).

In de gemeente Enschede worden de grondwaterstanden sterk beïnvloed door verschillende grondwateronttrekkingen, zoals de onttrekking voor Grolsch en de Westerval. Het onderzoek "Duurzaam oplossen grondwateroverlast Enschede" laat zien dat het stopzetten van de onttrekking voor Grolsch voor de wijk Ribbelt-Stokhorst geen noemenswaardige verhoging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.

Vanwege de ligging en het hoogteverloop van het plangebied stroomt het grondwater van het westelijk deel van het bestemmingsplangebied in de natuurlijke situatie richting het zuidwesten en van het oostelijk deel in zuidoostelijke richting. In de huidige situatie wordt de grondwaterstand en -stroming beïnvloedt door drainage.

Het plangebied is gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied met een boringsvrije zone Kotkamp-Schreurserve (gebied 34).Het gevolg hiervan is dat eventueel uit te voeren boringen niet doorgezet mogen worden tot onder de keileem- of kleilaag. De maximale boringsdiepte bedraagt 5 meter (naar Provincie Overijssel, 2003). Nadere informatie in te winnen bij de provincie Overijssel. Het gebied behoort niet tot een waterwin- of intrekgebied (potentiële) waterwinning.

Oppervlaktewater

In het bestemmingsplangebied is een tweetal vijvers aanwezig: een bergingsvijver in de nabijheid van de Elsmaathorst en een vijver ten zuiden van de Floraparkstraat, globaal gelegen tussen de Gladiolenstraat en de Dotterbloemstraat. Deze laatstgenoemde vijver kan naar verwachting dienst doen als bergingsvoorziening voor (bovengronds) afstromend hemelwater. Ten oosten van Stokhorst is een aanzienlijke bergingsvijver aanwezig (ten oosten van de Noord Esmarkerrondweg, ter hoogte van de Kolthofhorst). Deze vijver doet dienst als bergingsvijver voor het hemelwatersurplus van de wijk Stokhorst (gescheiden stelsel). Ten oosten van Stokhorst ontspringt de Hoge Boekelerbeek. Deze watergang stroomt in oostelijke richting af.

foto 16 Vijver ten zuiden van de Floraparkstraat.

Riolering

In het grootste deel van het gebied is een gemengd rioleringsstelsel aanwezig (stuwgebieden 20 en 21). In het oostelijke deel van het gebied is een gescheiden stelsel gelegen (stuwgebied 51). Het gescheiden stelsel is na 1970 aangelegd. Een deel van het gemengd stelsel is aanzienlijk ouder. Enkele trajecten dateren uit de periode tussen 1930 en 1940. Een deel van de 'oude' riolering wordt de komende jaren vervangen.

Watervisie

De missie van de "Watervisie Enschede- de blauwe aders terug in de stad" is het aanzetten tot het aanpakken van problemen en het grijpen van de kansen in het stedelijk waterbeheer. Ter ondersteuning van de missie zijn in de watervisie drie doelstellingen opgenomen:

  • 6. Water moet een leidende rol vervullen bij de ruimtelijke inrichting,
  • 7. Samenwerking tussen de verschillende 'waterpartners' (bijvoorbeeld het waterschap), de gemeentelijke organisatie en samenwerking tussen de gemeente en de bewoners moet bevorderd worden,
  • 8. Water moet weer in de belevingswereld van de bewoners komen.

Om de watervisie in 2030 werkelijkheid te kunnen laten zijn, moet de visie een samenhangend geheel vormen en moeten betrokken partijen intensief met elkaar samenwerken. Het geraamte van de visie bestaat uit een viertal leidende principes, die zijn afgeleid uit de richtlijnen die de rijksoverheid heeft vastgesteld voor het waterbeheer in Nederland:

  • 9. Vasthouden (infiltreren), bergen en afvoeren: regenwater dient zo min mogelijk uit het stedelijk gebied afgevoerd te worden. De achtergrond van dit principe is dat door versnelde afvoer van hemelwater stroomafwaarts problemen in de waterhuishouding ontstaan.
  • 10. Herstellen van de nierwerking: het zoveel mogelijk scheiden van schone en vuile waterstromen, waarbij het schone water mogelijkheden biedt tot (her)gebruik en het vuile water afgevoerd moet worden naar de zuivering.
  • 11. Een doelmatige waterketen: minimaliseren van de kosten van de keten, het minimaliseren van de negatieve effecten op het milieu en het vergroten van de dienstverlening naar de gebruiker van de waterketen.
  • 12. Beleving van water: door water een expliciete rol te geven in de leefomgeving van mensen, kan de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting worden vergroot.

De principes zijn vertaald naar een beeld voor het waterbeheer in 2030. De zogenaamde 'blauwe aders' (waterlopen) vormen de hoofdstructuur (figuur 2) van het beeld. In de wijk Ribbelt-Stokhorst is geen 'blauwe ader' opgenomen.

Mogelijke locaties voor het terugbrengen van waterlopen zijn de 'blauwe ader' evenwijdig aan de spoorlijn (3); een afvoer vanaf de wijk Velve-Lindenhof naar het Dinkelsysteem in het oosten (1); de reconstructie van de Roombeek (2); een afvoer vanaf het centrum naar het havengebied (4) en een afvoer vanaf het centrum (5) en vanaf Enschede-Zuid (6) naar de Rijksweg A35. De ambitie is om de aders bovengronds te leggen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20091662-0002_0028.jpg"

Figuur 2 Zoekgebieden voor blauwe aders in Enschede

Op wijk- en perceelsniveau dient het regenwater afgekoppeld te worden. Aanvullend dient het regenwater zoveel mogelijk binnen de wijk (stedelijk gebied) geïnfiltreerd, geborgen en zichtbaar gemaakt te worden. Volgens de Watervisie kan afkoppeling in de wijk Ribbelt-Stokhorst plaatsvinden door ondergrondse en in beperkte mate bovengrondse afvoer naar oppervlaktewater (geen drainage). Wanneer binnen de wijk niet voldoende ruimte is voor bergingsvoorzieningen, kan het water van het westelijke deel van het gebied ondergronds afgevoerd worden en aansluiten op de mogelijke "blauwe ader" ten behoeve van de reconstructie van de Roombeek. Bij afkoppelprojecten ter plaatse van het huidige gemengde stelsel kan het hemelwater water afkomstig van het oostelijke deel afstromen naar het Dinkelsysteem (zie nummer 1, figuur 2).

Randvoorwaarden

  • Bij nieuwbouwprojecten dient het regenwater van daken en wegen gescheiden te worden van afvalwater;
  • Geen toepassing uitlogende bouwmaterialen (bijvoorbeeld zink, koper en bitumen voor goten en dakbedekking);
  • Voor nieuwbouwprojecten op locaties waar een gemengd rioolstelsel aanwezig is geldt: regenwater van drukke wegen (licht vervuild) mag niet rechtstreeks naar oppervlaktewateren afgevoerd worden. Dit betekent dat het wegwater eerst gezuiverd dient te worden of een verbeterd gescheiden stelsel aangelegd dient te worden. Met betrekking tot locaties waar een gescheiden stelsel aanwezig is geldt: ombouwen naar een verbeterd gescheiden stelsel;
  • Bij nieuwbouwprojecten waar momenteel een gemengd rioolstelsel aanwezig is geldt dat zoveel mogelijk regenwater binnen het plangebied geborgen dient te worden, voordat het wordt afgevoerd (conform de trits: vasthouden-bergen-afvoeren). Voor het bergen van water zijn diverse oplossingen mogelijk: wadi's, greppels, verlaagde groenzones, molgoten, vijvers, infiltratiekratten, bergingsbakken, (infiltratietransport)rioolleidingen, etc;
  • Grondwaterneutraal bouwen: dit betekent dat het grondwater in de nieuwe situatie niet permanent verlaagd mag worden. Tijdens de ontwikkeling van het gebied (aanleg wegen, gebouwen), mag het grondwater tijdelijk verlaagd worden (melding of vergunningaanvraag bij provincie);
  • (Parkeer)kelders waterdicht maken, zodat grondwaterneutraal gebouw kan worden.

Aandachtspunten   Oplossing- uitwerkingsrichting  
Slechte kwaliteit riolering   Op korte termijn (voor 2008) worden de riolen in de Aronskelkstraat, Bentrotstraat, Fuchsiastraat, Hoge Boekelerweg, Oosterstraat, Puttenkampstraat, en Schouwinkstraat en -plein vervangen. Daarnaast vinden enkele reparaties plaats (GRP Enschede 2004-2008).  
Capaciteit riolering   Bij stedelijke herstructurering en ontwikkeling dient bekeken te worden of de capaciteit van de riolering voldoende is. De huidige capaciteit van de gemengde rioleringsstelsel is gebaseerd op de huidige afvoer van afvalwater en regenwater van dak- en wegoppervlakken. Bij een toename van het verhard oppervlak en het niet scheiden van regenwater en afvalwater is het mogelijk dat de capaciteit van de riolering te klein is.  
Grondwateroverlast versus hoge grondwaterstanden   Uitvoeren van een geohydrologisch onderzoek en het opstellen van oplossingsrichtingen in geval van rioolvervanging, stedelijke herstructurering en ontwikkeling. Ook los van bovenstaande acties dient bekeken te worden hoe de grondwateroverlast opgelost, dan wel gereduceerd kan worden. De woningeigenaar is verantwoordelijk voor het waterdicht zijn van zijn kelder. De gemeente heeft geen taak t.a.v. het droog houden van kelders.  
Parkeerkelder versus grondwatersysteem   Bij realisatie van parkeerkelders onderzoeken wat de invloed is op het grondwatersysteem: opstuwing en verlaging grondwaterstand. Uit het onderzoek moet blijken welke maat een kelder moet krijgen, zonder dat de invloed op het grondwatersysteem onacceptabel wordt.  
Afkoppeling regenwater   Bij rioolvervangingen, stedelijke herstructurering en ontwikkeling mogelijkheden voor afkoppeling onderzoeken. Tevens onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor onder- en bovengrondse berging (en infiltratie) binnen de wijk, zodat de afvoer van regenwater wordt beperkt.  
Hergebruik regenwater   Bij herstructurering en ontwikkeling mogelijkheden voor hergebruik regenwater bekijken. Mogelijk is het water te gebruiken als proceswater in de industrie of ten behoeve van koeling en verwarming in de utiliteitsbouw.  
Foutieve aansluitingen   Bij het ontwerp en de aanleg van een gescheiden rioolstelsel dienen foutieve aansluitingen (schoonwater op vuil rioleringsstelsel en afvalwater op regenwater rioleringsstelsel) voorkomen te worden.  
Gescheiden stelsel   Onderzoek heeft uitgewezen dat de kwaliteit van het afstromend hemelwater vanuit het gescheiden stelsel op de vijver ten oosten van de Noord Esmarkerrondweg slecht is.