direct naar inhoud van 4.3 Water
Plan: Kotmanpark-Oost 1
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20090666-0002

4.3 Water

In deze waterparagraaf wordt aangegeven hoe een duurzame waterhuishouding binnen het bestemmingsplangebied en in een groter verband gerealiseerd en gewaarborgd kan worden. Hiertoe is eerst de huidige situatie van het gebied beschreven. Daarnaast is een toelichting opgenomen van de Watervisie Enschede, gericht op het gebied. Aansluitend op de huidige situatie en de watervisie zijn randvoorwaarden en aandachtspunten voor het watersysteem geformuleerd.

4.3.1 Watertoets

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Door water te laten infiltreren in de bodem, en te bergen op daarvoor aangewezen plekken wordt ongecontroleerde overstroming en droogteschade voorkomen. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die wettelijk is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In bestemmingplannen dient een beschrijving opgenomen te worden van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

4.3.2 Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen van de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden haalbare doelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Vierde Nota Waterhuishouding, de Nota Ruimte en het Advies Waterbeheer 21e eeuw. In de provincie Overijssel is de in juli 2009 vast gestelde Omgevingsvisie richtinggevend voor waterschap en gemeenten. Het waterschap Regge en Dinkel heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het vigerende waterbeheerplan. Diverse aspecten van het waterbeleid zijn verder uitgediept in afzonderlijke beleidsnota's. Voor het ruimtelijk relevante aandachtsgebied vasthouden en bergen van water is de "Beleidsnota Retentie" opgesteld. De uitgangspunten en wensen voor de inrichting en het beheer van beken en overige waterlopen zijn verwoord in de "Stroomgebied Actie Plannen (STAP)". Daarnaast is de Keur van het waterschap Regge en Dinkel een belangrijk kaderstellend instrument, waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.
Op gemeentelijk niveau zijn de Watervisie (2002), het Gemeentelijk Rioleringsplan (2009) en het Gemeentelijk Waterplan van belang voor het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Alle plannen zijn in overleg met het waterschap Regge en Dinkel opgesteld.

Watervisie

De “Watervisie Enschede- de blauwe aders terug in de stad” is door de gemeenteraad van Enschede vastgesteld in oktober 2002. De principes vormen de basis voor de aanpak en benadering van de waterhuishouding van Enschede en zijn afgeleid uit de richtlijnen die de rijksoverheid heeft vastgesteld voor het waterbeheer in Nederland. De missie van de watervisie is het aanzetten tot het aanpakken van problemen en het grijpen van de kansen in het stedelijk waterbeheer. Ter ondersteuning van de missie zijn in de watervisie drie doelstellingen opgenomen:

  • 1. Water moet een leidende rol vervullen bij de ruimtelijke inrichting,
  • 2. Samenwerking tussen de verschillende 'waterpartners' (bijvoorbeeld het waterschap), de gemeentelijke organisatie en samenwerking tussen de gemeente en de bewoners moet bevorderd worden,
  • 3. Water moet weer in de belevingswereld van de bewoners komen.

Om de watervisie in 2030 werkelijkheid te kunnen laten zijn, moet de visie een samenhangend geheel vormen en moeten betrokken partijen intensief met elkaar samenwerken. Het geraamte van de visie bestaat uit een viertal leidende principes, die zijn afgeleid uit de richtlijnen die de rijksoverheid heeft vastgesteld voor het waterbeheer in Nederland:

  • a. Vasthouden (infiltreren), bergen en afvoeren: regenwater dient zo min mogelijk uit het stedelijk gebied afgevoerd te worden. De achtergrond van dit principe is dat door versnelde afvoer van hemelwater stroomafwaarts problemen in de waterhuishouding ontstaan.
  • b. Herstellen van de nierwerking: het zoveel mogelijk scheiden van schone en vuile waterstromen, waarbij het schone water mogelijkheden biedt tot (her)gebruik en het vuile water afgevoerd moet worden naar de zuivering.
  • c. Een doelmatige waterketen: minimaliseren van de kosten van de keten, het minimaliseren van de negatieve effecten op het milieu en het vergroten van de dienstverlening naar de gebruiker van de waterketen.
  • d. Beleving van water: door water een expliciete rol te geven in de leefomgeving van mensen, kan de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting worden vergroot.

De principes zijn vertaald naar een beeld voor het waterbeheer in 2030. De zogenaamde 'blauwe aders' (waterlopen) vormen de hoofdstructuur van het beeld. De rode lijn in onderstaande figuur stelt de waterscheiding voor. De ader ten oosten van de waterscheiding (pijl 1), zorgt voor afvoer van hemelwater in het Dinkelsysteem. De aders ten westen zorgen voor afvoer van hemelwater in het Reggesysteem en het Twentekanaal. De zoekgebieden voor deze aders zijn voor een deel al ingevuld zoals de blauwe ader parallel aan de spoorlijn (pijl 3). Daarnaast is de planvorming voor de reconstructie van de Roombeek (deel van pijl 2) al in een vergevorderd stadium. De blauwe ader moet afwateren op het universiteitsterrein. Ook zijn evenwijdig aan de A35 voorzieningen getroffen voor het transport van oppervlaktewater. Hier kunnen zowel een ader uit Enschede-Zuid (pijl 6), als een ader uit het centrum (pijl 5) op aangesloten worden. De slagader vanuit het centrum naar de haven in het Twentekanaal (pijl 4) moet nog volledig gerealiseerd worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20090666-0002_0009.jpg"

afbeelding: zoekgebieden blauwe aders

Op het niveau van de wijken en percelen dient het regenwater afgekoppeld te worden. Aanvullend dient het regenwater zoveel mogelijk binnen de wijk (stedelijk gebied) geïnfiltreerd, geborgen en zichtbaar gemaakt te worden.

Gemeentelijk Riolerings Plan

In het Gemeentelijk Riolerings Plan zijn de watertaken van de gemeente vastgelegd voor de periode 2009 tot 2013. het GRP is door de gemeenteraad vastgesteld in maart 2009.


De gemeentelijke watertaken zijn:

1. Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater;

2. Inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit redelijkerwijs niet van

particulieren kan worden verwacht;

3. Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor zover

dit niet tot de zorg van het waterschap, de provincie of particulieren behoort;

met als randvoorwaarden:

4. Doelmatigheid;

5. Zo min mogelijk overlast voor de omgeving;

6. Zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu.


Zoals al blijkt uit de doelomschrijvingen zijn de taken van de gemeente begrensd. Zij zijn beperkt tot doelmatige zorg en een deel van de taken behoort toe aan het waterschap, de provincie en particulieren. Voor particulieren is het belangrijk om te weten wat zij van de gemeente kunnen verwachten en waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn. Hieronder is aangegeven wat de taakopvatting van de gemeente is voor het afval-, hemel- en grondwater.

Taakopvatting afvalwater

De gemeente draagt zorg voor het inzamelen en transporteren van al het stedelijk afvalwater dat vrijkomt binnen het grondgebied van Enschede. Dit omvat al het huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater. Hierbij is wel vereist dat het afvalwater wordt aangeboden volgens de daaraan gestelde regels. Concreet betekent dit dat de gemeente zorgt voor (vuilwater)riolering vanaf de erfgrens. Het afvalwater wordt door de gemeente naar de rioolwaterzuivering (r.w.z.i) getransporteerd. Het zuiveren van dit water is een taak van het Waterschap Regge en Dinkel. Bij de zorg voor het afvalwater kan voor een alternatief worden gekozen, zoals een IBA (individuele behandeling afvalwater). Verder zijn er enkele gebieden waar de gemeente is vrijgesteld van de rioleringszorg. Hier hebben bewoners zelf hun afvalwaterlozing gesaneerd, meestal met een IBA.

Taakopvatting hemelwater

De gemeente zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht dat zij het hemelwater zelf verwerken. De doelmatigheid en redelijkheid is afhankelijk van:

  • het soort gebied (stedelijk versus landelijk);
  • de bestaande situatie (bestaande wijken versus in-/uitbreidingen en herinrichting);
  • de grootte van de percelen;
  • de mogelijkheden voor infiltratie (bodemgesteldheid);
  • de mogelijkheden voor afvoer naar oppervlaktewater;
  • het stelseltype van de bestaande riolering (vuilwater-, gemengde of gescheiden

riolering);

  • de bestaande situatie en de termijn waarbinnen de afvoersituatie kan worden

aangepast.

Afkoppelen

De gemeente ziet het tevens als haar taak om het inzamelen en verwerken van hemelwater los te koppelen van het afvalwater. Dit wordt aangeduid met de term afkoppelen, ofwel: de hemelwateraansluitingen van de (vuilwater)riolering afhalen.

Taken voor particulieren

Waar de gemeente niet voor het hemelwater zorgt, moeten particulieren dit zelf doen. Dit zal worden vastgelegd in een gemeentelijke "hemelwaterverordening" (op grond van Wm artikel 10.32a). Daarin wordt ook aangegeven wanneer en hoe particulieren verplicht zijn om af te koppelen of het hemelwater op een bepaalde manier aan te sluiten.


Taakopvatting grondwater

De zorgtaak voor grondwater is in de wet omschreven als: "zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort".

4.3.3 Huidige waterhuishoudkundige situatie

Maaiveldhoogte

Het maaiveld loopt globaal af in zuid-westelijke richting van ca. 38,70 m NAP naar 37,30 m NAP. (zie afbeelding hieronder)

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20090666-0002_0010.jpg"

afbeelding: hoogtekaart (plangebied bevindt zich binnen de cirkel)

Geohydrologie en bodem

Bodem

In het kader van het bestemmingsplan “Kotmanpark-Oost 1” is door ingenieursbureau Wareco een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoeksrapport (rapportnr. KH18 RAP20100520, d.d. 20 mei 2010) blijkt dat de toplaag in het onderzoeksgebied overwegend uit humeus zand bestaat, waaronder zich een zandlaag bevindt waarin lemige lagen voorkomen. Deze lemige lagen zijn zeer variabel aanwezig in diepteligging en dikte. In het westelijk deel van het onderzoeksgebied betreft de eerste stoorlaag deels veen. Dit veen komt voor binnen 3,50 meter onder maaiveld. Uit het onderzoek blijkt verder dat de doorlaatfactor van de humeuze toplaag onvoldoende is maar dat de onderliggende zandlaag wel een voldoende doorlaatfactor heeft. Ook blijkt dat in het onderzoeksgebied enkele waterlopen aanwezig zijn, waarvan het nog onduidelijk is hoe deze functioneren. Op basis van de onderzoeksresultaten worden een aantal aanbevelingen gedaan voor het uitvoeren van nader onderzoek naar de grondwaterstanden, het kwalitatief en kwantitatief functioneren van de bestaande watergangen en de vijver in relatie tot het rioolstelsel alsmede de berging en afvoer van hemelwater.

Grondwater

Grondwaterstanden zijn ontleend aan het grondwatermeetnet van de gemeente Enschede en zijn weergegeven in onderstaande figuur en tabel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20090666-0002_0011.jpg"

Peilbuis   maaiveld   GHG1   GLG2   Aantal jaren  
919A   35,78   34,77   33,72   5  
918A   39,42   37,47   36,61   5  
270A   36,91   36,51   35,93   8  
917A   39,00   38,26   37,42   5  

GHG= gemiddeld hoge grondwaterstand

GLG= gemiddeld lage grondwaterstand

Aan de Zuidkant van het plangebied bevindt zich de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) op 37,47 het maaiveld is daar 39,42. Boven het plangebied (wethouder Beversstraat) bevindt zicht een peilbuis met een GHG van 36,51 het maaiveld is daar 36,91. De ontwateringsnorm van 0,70 m wordt in het zuiden dus ruimschoots gehaald (1,90 m) aan de wethouder Beversstraat voldoet het grondwater niet aan de norm.(0,40)

4.3.4 Waterhuishoudkundige randvoorwaarden en uitgangspunten

De nieuwe inrichting van de waterhuishouding is gebaseerd op een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten, deze zijn hieronder benoemd.

Afwatering

Algemeen
Hemelwater en afvalwater moet gescheiden worden. Waar de gemeente niet voor het hemelwater zorgt moeten particulieren dat zelf doen. Het plangebied valt vanwege de grote en ligging in deze categorie. Hierbij dient het hemelwater door de ontwikkelaar zelf te worden verwerkt op eigen terrein, afwentelen is niet toegestaan. De gemeente biedt wel een overloop aan middels de greppels langs de houtwallen, om te hoge grondwaterstanden te voorkomen. Deze greppels zijn onderdeel van een blauwe structuur van de stad.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20090666-0002_0012.jpg"

afbeelding: de greppels sluiten aan op een structuur, het stroomgebied van de Zweringbeek

Oppervlakken

Regenwater van dak en straatvlakken mag niet afvoeren naar het gemengd riool. Regenwater van verontreinigde verharding dient via een zuiverende voorziening te worden afgevoerd, dakwater kan rechtstreeks op een bergende voorziening worden afgevoerd. Een berm naast bestrating is een eenvoudige en goede zuivering van regenwater.

Waterberging

In het plangebied moet een berging van minimaal 40 mm in 75 minuten gerealiseerd worden. In de huidige situatie is er geen afvoer van regenwater, de regen trekt weg in de grond. Omdat verharding van de oppervlakte een vergroting van de afvoer op de rioolzuivering tot gevolg heeft, geld dezelfde norm als bij stadsuitbreiding. In dit geval dus 40 mm in plaats van 20 mm zoals bij normaliter bij herontwikkeling wordt aangehouden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20090666-0002_0013.jpg"

afbeelding: luchtfoto huidige situatie plangebied

Grondwater

Ontwatering

De ontwateringsdiepte, gerelateerd aan de GHG bedraagt 0,4 m (wethouder Beversstraat) ten opzichte van bouwpeil. Het uit te voeren geohydrologisch onderzoek moet uitwijzen wat de grondwaterstanden precies zijn en welke maatregel (ophogen) noodzakelijk is en in welke mate.

Grondwaterneutraal bouwen

Voor het bereiken van voldoende ontwatering, dient het grondwater duurzaam beheerst te worden. Dit houdt in dat de grondwaterstand niet permanent verlaagd mag worden. Daarom gaat de voorkeur uit naar ophogen (in combinatie met kruipruimteloos bouwen) in plaats van drainage. Wanneer toch voor drainage wordt gekozen, dient het gemiddelde grondwaterpeil op jaarbasis niet lager te liggen dan in de huidige situatie. Op basis hiervan is het eventueel (na goedkeuring van het waterschap) toegestaan de GHG tijdens winterperioden (hoge grondwaterstanden) door middel van de drainage af te toppen.

Grondwateronttrekking

Er mag niet permanent grondwater worden onttrokken om voldoende ontwateringsdiepte te halen. (Parkeer)kelders waterdicht bouwen. In de aanlegfase mag het grondwater wel tijdelijk verlaagd worden (melding of vergunningaanvraag bij waterschap).

Advies realisatie:

Benut de groene ruimte rond de gebouwen en bestrating om water te laten infiltreren. De vijver zal gezien de lage grondwaterstanden bekleed moeten worden met leem of folie. Het dakwater benutten voor aanvulling in de zomerdag.