direct naar inhoud van Artikel 3 Groen
Plan: Kotmanpark-Oost 1
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20090666-0002

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing;
  • b. in- en uitritten, wandel- en fietspaden;
  • c. een calamiteitenontsluiting voor de hulpdiensten;
  • d. erf- en perceelsafscheidingen;
  • e. geluidwerende voorzieningen;
  • f. speelvoorzieningen;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.
3.2 Bouwregels
  • a. Op de voor “Groen” aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken en voorzieningen worden gebouwd ten dienste van deze bestemming, zoals straatmeubilair, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en speelvoorzieningen;
  • b. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
    • 1. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag maximaal 4 meter bedragen;
    • 2. de oppervlakte van speelvoorzieningen mag per bouwwerk maximaal 20 m² bedragen;
    • 3. de goothoogte van nutsvoorzieningen mag maximaal 3 meter bedragen;
    • 4. de oppervlakte van nutsvoorzieningen mag per bouwwerk maximaal 25 m² bedragen;
    • 5. de bouwhoogte van kunstobjecten, vlaggenmasten en lichtmasten mag maximaal 10 meter bedragen;
    • 6. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen;
    • 7. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen.
  • c. De hoogte van de ter plaatse van de aanduiding "geluidwal" te realiseren geluidwerende voorziening bedraagt tenminste 2,10 meter, gerekend vanaf het maaiveld van de bestemming "Verkeer-Parkeerterrein".

3.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 3.2 onder b sub 6 voor een bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen tot maximaal 3 meter.
  • b. lid 3.2, onder b sub 7 voor een bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot maximaal 7 meter.

De in dit lid genoemde afwijkingen worden uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4 Specifieke gebruiksregels
  • a. Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de realisatie van parkeervoorzieningen.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding "geluidwal" dient een geluidwerende voorziening ten behoeve van de geluidafscherming van de bestemmingen "Verkeer-Parkeerterrein" en "Horeca-Hotel" te worden gerealiseerd.