direct naar inhoud van 4.1 Milieu
Plan: Lonneker Erf, herziening 1
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20090580-0004

4.1 Milieu

De ruimtelijke ordening moet nadrukkelijk rekening houden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu en de beperkingen die milieuaspecten opleggen. De afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu is voor een deel verankerd in beleid, wet- en regelgeving. In de praktijk is het bestemmingsplan een belangrijk instrument voor een integrale afstemming tussen milieuaspecten en de ruimtelijke ordening en het doorvertalen van ruimtelijk relevante onderdelen van het milieubeleid.

Binnen het plangebied spelen diverse milieuaspecten een rol, onder andere vanwege de ligging aan belangrijke verkeerswegen van het plangebied en de bedrijvigheid in en rondom het plangebied.

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om de resultaten van het onderzoek naar de milieuaspecten te beschrijven in de plantoelichting. Hierbij moet rekening worden gehouden met de geldende wet- en regelgeving alsmede met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders.

In dit hoofdstuk wordt aangegeven of en zo ja, op welke wijze in dit bestemmingsplan rekening is gehouden met de verschillende milieu-aspecten. Aan de orde komen bodemkwaliteit, geluidhinder, milieuhinder van bedrijvigheid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, duurzaamheid en eventuele beperkingen als gevolg van kabels, leidingen en straalpaden.

4.1.1 Bodemkwaliteit

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet onderzoek worden verricht naar de bodemkwaliteit binnen het plangebied. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.

Het bestemmingsplan "Lonneker Erf, herziening 1" heeft betrekking op een ontwikkellocatie. Onder ontwikkellocatie wordt in dit bestemmingsplan verstaan: een locatie waarvoor de realisatie van een project is/wordt voorbereid en ten behoeve waarvan in dit bestemmingsplan een daarvoor geschikte bestemming is opgenomen.

Voor de locaties is historisch onderzoek uitgevoerd waarbij met name de informatie afkomstig uit het project landsdekkend beeld is gehanteerd. Dit betekent dat aan de hand van onder andere oude luchtfoto's, hinderwet/milieuarchieven, ondergrondse tankdossiers een beeld is verkregen van (potentieel) verontreinigde locaties. Er is gekeken naar reeds bij de gemeente Enschede beschikbare bodeminformatie zoals eerdere bodemonderzoeken en/of –saneringen.

In augustus 2006 is in opdracht van de Plegt-Vos Oost BV door Tebodin Consultants & Engineers een milieukundig en archeologisch bodemonderzoek alsmede een asbestonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen in deellocatie 1 van het door Tebodin onderzochte gebied (zie fragment op de kaart bij het rapport aangegeven met RE1 van deellocatie 1). Het rapport van dit onderzoek is als bijlage aan deze plantoelichting toegevoegd.

Verkennend bodemonderzoek

In de bovengrond zijn verontreinigingen aan PAK (10VROM) en minerale olie boven de streefwaarde aangetoond. In de ondergrond is een verontreiniging met PAK (120VROM) boven de streefwaarde aangetoond. De lichte PAK en minerale olie geven geen aanleiding tot nader onderzoek.

In het grondwater zijn verontreinigingen aan cadmium, chroom en arseen boven de streefwaarde aangetoond. De lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot nader onderzoek.

Verkennend asbestonderzoek

Zintuigelijk is op de gehele onderzoekslocatie geen asbest aangetroffen. Analytisch is ter plaatse van deelgebied 1 binnen RE1 asbest aangetoond. De aangetroffen concentraties bevinden zich onder de norm van 100 mg/kg d.s. en behoeven derhalve niet verder te worden onderzocht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.20090580-0004_0006.png"

fragment bodemonderzoeksrapport Tebodin, situering deellocatie 1

Conclusie

De bodemkwaliteit van het plangebied is voldoende in beeld gebracht. Aan de hand van het reeds uitgevoerde bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodemgesteldheid in het plangebied .geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkelingen van de onderzoekslocatie.

4.1.2 Geluid

In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan het geluid vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat.

Geluidszones

In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km per uur. Krachtens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het college van burgemeester en wethouders verplicht om bij de voorbereiding van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 74, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die binnen de zone gelegen woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen ondervinden van het verkeer op die weg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat in de toekomst de vanwege de weg optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige objecten de ten hoogste toelaatbare waarden zal overschrijden.

Uit het akoestisch onderzoek, uitgevoerd door Akoestisch Buro Tideman d.d. 15 mei 2008, komt naar voren dat de te bouwen woningen vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat een geluidbelasting gaan ondervinden die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op de voorgevels van de woningen op de percelen Oldenzaalsestraat 799 en 781 is vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat een geluidbelasting te verwachten van 57 tot 58 dB (incl. aftrek art. 110 Wgh). Op grond van artikel 83, lid 2 van de Wet geluidhinder is voor deze 2 woningen een hogere waarde aangevraagd. De hogere waarde is verleend, gelet op het feit dat de realisatie van het project gewenst is en het verzoek voldeed aan het gestelde in of op basis van de Wet geluidhinder en de door de gemeente op 27 februari 2007 vastgestelde beleidsregel 'vaststellen hogere grenswaarden'. Het besluit tot het verlenen van hogere grenswaarde is bijgevoegd als bijlage.

4.1.3 Bedrijven en milieuzonering

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende inrichtingen (bedrijven of voorziening) en anderzijds milieugevoelige gebieden, zoals woonwijken. In het algemeen wordt door het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast tengevolge van de bedrijfsactiviteit zo laag mogelijk gehouden.

In verband met de voorbereiding van het bestemmingsplan "Lonneker Erf, herziening 1" heeft een inventarisatie plaatsgevonden van bestaande en geprojecteerde bedrijvigheid in en rondom het plangebied, die van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in en rondom het plangebied. Er is onderzoek gedaan naar de potentiële milieubelasting van deze inrichtingen (bedrijven en voorzieningen). De milieubelasting en de bijbehorende contouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Aan de hand van dossieronderzoek is, met behulp van de gemeentelijke lijst van bedrijfstypen, en de publicatie "Bedrijven en milieuzonering", van de aanwezige en toekomstige bedrijven en voorzieningen binnen en rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. Tevens is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en worden voor elk bedrijf of voorziening per milieuaspect de wenselijke afstanden tot woningen aangegeven.

Daarbij zijn er geen bedrijven aan het licht gekomen waarop wellicht wel de Wet milieubeheer van toepassing is, maar die niet in het inrichtingenbestand van de gemeente voorkomen.

Bedrijven binnen het plangebied

Binnen het plangebied bevinden zich geen bedrijven en voorzieningen, waarvan de kans op te ondervinden overlast in principe groter is dan bij aan huis gebonden beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten.

Invloed van omliggende bedrijven

Het agrarische bedrijf aan de overzijde van de Oldenzaalsestraat kent een hindercontour die reikt tot de grens van het plangebied. Er zijn echter geen woningen binnen deze contour geprojecteerd. De algemene conclusie luidt derhalve dat de rondom het plangebied aanwezige bedrijven geen milieuhinder veroorzaken die van invloed is op de wijze van bestemmen van functies op aangewezen gronden binnen het plangebied.

Conclusie

Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.1.4 Luchtkwaliteit

In het kader van de voorbereiding van het voorliggende bestemmingsplan is onderzocht of de realisatie van het ruimtelijk plan, gelet op de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging, aanvaardbaar is. In deze paragraaf wordt eerst het wettelijk kader beschreven, waarna de onderzoeksresultaten en de conclusies van het onderzoek beknopt worden weergegeven.

Wettelijk kader

De Europese Unie heeft luchtkwaliteitsnormen vastgesteld, die het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging tot doel hebben. Deze normen zijn minimumvoorschriften: lidstaten kunnen strengere normen hanteren, bijvoorbeeld ter bescherming van de gezondheid van bijzonder kwetsbare bevolkingscategorieën, zoals kinderen en ouderen. Ook Nederland heeft deze luchtkwaliteitsnormen opgenomen in de nationale wetgeving.

Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Aangezien titel 5.2 betrekking heeft op luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in AmvB's en ministeriële regelingen.

Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet Luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien:

  • geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde.
  • een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
  • een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging
  • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend.

De regelgeving behorend bij de Wet Luchtkwaliteit is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AmvB's) en Ministeriële Regelingen. Zo zijn inmiddels de volgende besluiten en regelingen in werking getreden:

  • het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen).
  • de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen).
  • de Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007.
  • de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.
  • het Besluit gevoelige bestemmingen.

Verder is in de nieuwe wetgeving het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geïntroduceerd. Het NSL bevat afspraken om op nationaal, provinciaal en plaatselijk niveau de gestelde luchtkwaliteitseisen te halen. De maatregelen hierbij zijn gericht op het halen van de grenswaarden voor PM10 uiterlijk medio 2011 en voor NO2 uiterlijk 1 januari 2015. Kenmerk van de maatregelen, die het NSL bevat, is het ervoor zorgen dat de huidige overschrijdingen worden opgelost en de negatieve effecten van geplande ruimtelijke ontwikkelingen worden gecompenseerd. Het NSL is op 1 augustus 2009 definitief vastgesteld.

Beoordeling onderzoeksresultaten gemeente Enschede

Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet Luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien:

  • geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde.
  • een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
  • een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
  • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend.

In het kader van het bestemmingsplan "Lonneker Erf" is onderzocht in hoeverre de luchtkwaliteit binnen en in de directe omgeving van het plangebied voldoet aan de grenswaarden, zoals die zijn vastgelegd in het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Voor de Oldenzaalsestraat is met behulp van het rekenprogramma CAR II versie 6.0 bepaald welke waardes voor de concentraties van de verschillende stoffen aanwezig zullen zijn in 2007, 2010 en 2017. Uit de resultaten komt naar voren dat er ten gevolge van wegverkeer voor geen enkele stof, waarvoor grenswaarden gelden, overschrijding van deze grenswaarden optreedt.

Het onderhavige bestemmingsplan "Lonneker Erf, herziening 1" maakt de realisatie van 4 woningen mogelijk. Gelet op de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen die gepaard zullen gaan met de komst van de nieuwe woningen, zal het bestemmingsplan dan ook niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is ook niet noodzakelijk.

Conclusie

Uit het oogpunt van luchtkwaliteit ligt er geen belemmering voor de realisatie van het plan.