direct naar inhoud van Artikel 3 Detailhandel
Plan: Lonneker Erf, herziening 1
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.20090580-0004

Artikel 3 Detailhandel

3.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor “Detailhandel” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen er geen risicovolle inrichtingen worden gevestigd.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Op de voor “Detailhandel” aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 3.1.

3.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” mag de bouwhoogte niet worden overschreden.

3.2.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van niet eerder genoemde overige bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen;

b. de bouwhoogte van kunstobjecten, vlaggen- en lichtmasten mag maximaal 10 meter

bedragen;

c. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5

meter bedragen.

3.2.4 Nutsvoorzieningen

In afwijking van het bepaalde in de leden 3.2.2, en 3.2.3 gelden voor het bouwen van nutsvoorzieningen de volgende bepalingen:

3.2.5 Bestaande bebouwing

Bestaande bebouwing, die afwijkt van het bepaalde in de leden 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 en/of 3.2.4mag worden gehandhaafd en/of vernieuwd.

3.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 3.2.3, onder a, voor een bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tot maximaal 3 meter;
  • b. lid 3.2.3, onder c, voor een bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot maximaal 7 meter.

De in dit lid genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de woonsituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

3.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door:

  • a. ter plaatse van op de plankaart als zodanig weergegeven gebied met de bestemming “Detailhandel” te wijzigen in de bestemming “Wonen” met bijbehorend bouwvlak ten behoeve van het realiseren van maximaal 2 woningen, met dien verstande dat:
  • 1. de woningen gebouwd worden in de voorgevelrooilijn, waarbij de oostelijke bouwgrens van de op de percelen Oldenzaalsestraat 799 en 781 geprojecteerde bouwvlakken als verplichte voorgevelrooilijn geldt;
  • 2. de maximale goothoogte van de woningen maximaal 6 meter mag bedragen;
  • 3. het aantal bouwlagen maximaal 2 mag bedragen.
  • b. Een wijzigingsplan, als bedoeld onder a, kan niet eerder worden vastgesteld dan nadat:
    • 1. is aangetoond dat een duurzame waterhuishouding gewaarborgd kan worden;
    • 2. is onderzocht of realisatie van het plan leidt tot verstoring en/of vernietiging/ doding van door de Flora- en faunawet beschermde planten- en diersoorten en, indien het laatste het geval is, of er ten behoeve van dit plan voor deze handeling mitigerende maatregelen worden genomen, dan wel een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet kan worden verleend;
    • 3. is aangetoond dat het plan financieel uitvoerbaar is.
  • c. ter plaatse van op de plankaart als zodanig weergegeven gebied met de bestemming “Detailhandel” te wijzigen in de bestemming “Bedrijf” ten behoeve van de vestiging van een bedrijf, dat is genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Bedrijven van de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijfstypen (bijlage 1);
  • d. ter plaatse van op de plankaart als zodanig weergegeven gebied met de bestemming “Detailhandel” te wijzigen in de bestemming “Dienstverlening”, ten behoeve van de vestiging van een dienstverlenend bedrijf, dat is genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Dienstverlening van de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijfstypen (bijlage 1).

Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend toepassing geven aan de in dit lid genoemde wijzigingsbevoegdheden, indien hierdoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van:

  • de woonsituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.